Werkplekleren
Stage lopen via de RDA
Leraar worden leer je vooral door het te doen. Daarom leiden scholen en de Radboud Docenten Academie samen op.
Eén of twee jaar op school
Volg je de educatieve master aan de Radboud Docenten Academie? Dan loop je stage op een van onze scholen, in een eenjarig of tweejarig traject. Kies hieronder jouw route.
Kies je master
Eenjarige Educatieve Master
De eenjarige educatieve master van de Radboud Docenten Academie is een post-master die je volgt nadat je een vakmaster hebt afgerond. In één jaar word je opgeleid tot eerstegraads docent voor het mbo, voortgezet onderwijs of volwassenenonderwijs. In het eerste semester loop je twee begeleide stages. In het tweede semester volg je twee stages waarin je steeds zelfstandiger werkt.
01 Kennismaking
Een goede start begint met kennismaken
Kennismakingsgesprek
Ruim voor de start van je stage word je uitgenodigd voor een kennismakingsgesprek op je stageschool. Je maakt kennis met je begeleiders en bespreekt samen hoe je stage eruit gaat zien. Denk aan de klassen waarin je lesgeeft, de begeleiding, stagedagen, lesmaterialen, lesvoorbereidingen en het startgesprek. Soms voer je dit gesprek samen met je medestudent.
- Start je in september? Plan het kennismakingsgesprek in juni of juli.
- Start je in februari? Plan het kennismakingsgesprek in december of januari.
Voorbereiding
Bereid je goed voor door de website van de school te bekijken en na te denken over wat jij nodig hebt om goed te kunnen leren tijdens je stage. Vul hiervoor de lijst met aandachtspunten (zie DOCUMENTEN) in en deel deze met je werkplekbegeleider.
Denk daarnaast na over deze vragen:
- Wat zijn mijn drie belangrijkste aandachtspunten?
- Wat zeggen die over mij als lerende?
- Wat heb ik nodig van mijn begeleider?
- Hoe ziet passende begeleiding voor mij eruit?
- Hoe en bij wie geef ik aan wat ik nodig heb?
De ingevulde lijst is geen beoordeling, maar een hulpmiddel om vanaf het begin passende begeleiding af te spreken.
02 Start Stage
Ontdek je stageschool
Oriëntatiefase
Je stage start met een oriëntatiefase. Tot aan het startgesprek in week 2 of 3 onderzoek je actief hoe de school werkt. Je kijkt onder andere naar de visie van de school, de doelgroep, de samenwerking tussen collega’s en de organisatie.
Om hier een goed beeld van te krijgen, neem je zelf initiatief. Je kunt bijvoorbeeld meelopen met een docent of klas, een collega interviewen, vergaderingen bijwonen, schooldocumenten bestuderen en ervaringen uitwisselen met medestudenten. Stem met je werkplekbegeleider af wat er mogelijk is.
03 Het Startgesprek
Bepaal waar je aan gaat werken
Startgesprek
In week 2 of 3 van je eerste begeleide stage voer je een startgesprek met je werkplekbegeleider en een begeleider vanuit de school of opleiding. Samen bespreek je wie je bent, wat voor docent je wilt worden, waar je naartoe wilt werken en welke stappen daarvoor nodig zijn. Het gesprek duurt ongeveer 45 minuten.
Ter voorbereiding maak je een presentatie van 5 tot 10 minuten waarin je laat zien:
- wie je bent als persoon, inclusief je kwaliteiten en valkuilen;
- hoe jij naar het beroep van docent kijkt en waarom je docent wilt worden;
- wat je tijdens je oriëntatie hebt ontdekt en waar je je verder in wilt verdiepen.
Na het gesprek schrijf je een kort verslag met de belangrijkste inzichten, afspraken over begeleiding en je leerdoelen voor de korte en langere termijn. Op basis daarvan maak je een eerste ontwikkelplan.
Tijdens de stage bespreek je je voortgang regelmatig met je werkplekbegeleider en stel je je leerdoelen waar nodig bij.
04 Begeleiding tijdens je stage
Jouw ontwikkeling
Werkplekbegeleider
Op je stageschool krijg je een werkplekbegeleider (wpb). Deze begeleider helpt je om je weg te vinden binnen de school en ondersteunt je bij het werken aan je persoonlijke leerdoelen.
Elke week hebben jullie een individueel coachgesprek. Daarin bespreek je wat je wilt leren, hoe je wilt leren en in welke situaties je dat gaat oefenen. Het procesmodel vormt hierbij de basis en helpt je om verschillende manieren van leren bewust in te zetten.
Je werkplekbegeleider stimuleert daarnaast je onderzoekende houding, bijvoorbeeld door kritische vragen te stellen over je keuzes, ervaringen en beroepsproducten.
Om gericht aan je ontwikkeling te werken, kun je gebruikmaken van verschillende begeleidingsinstrumenten (zie DOCUMENTEN). Deze opdrachten helpen je bij drie opleidingsdoelen: vakdidactisch handelen, pedagogisch handelen en professioneel functioneren.
Tijdens het begeleide deel van je stage staat je werkplekbegeleider of een collega altijd in de buurt. Via het principe leraar op loopafstand (LOLA) krijg je op passende momenten ruimte om zelfstandig te handelen, terwijl ondersteuning beschikbaar blijft.
Naast je werkplekbegeleider zijn meerdere begeleiders betrokken:
- De schoolopleider helpt bij schoolgerelateerde vragen, bezoekt lessen en is betrokken bij de beoordeling.
- De onderzoeksbegeleider ondersteunt je tijdens de zelfstandige stage bij onderzoek en beroepsproducten en helpt je onderzoek te verbinden aan de schoolpraktijk.
- De instituutsopleider is je aanspreekpunt voor opleidingsgerelateerde vragen en is betrokken bij onder meer het startgesprek, je stageplan, lesbezoeken en beoordelingen.
05 Lesbezoeken
Leren van lesbezoeken
Lesbezoeken
Tijdens je stage bezoeken naast je werkplekbegeleider ook de schoolopleider en de instituutsopleider een les. Deze bezoeken zijn bedoeld om je ontwikkeling te ondersteunen en zijn geen beoordelingsmomenten. Je organiseert de lesbezoeken zelf en stemt de planning af met je opleiders.
De schoolopleider bezoekt een les tijdens zowel de begeleide als de zelfstandige stage. De instituutsopleider bezoekt een les tijdens de tweede begeleide stage.
Voorbereiding
Plan niet alleen het lesbezoek, maar ook een nagesprek van 45 tot 60 minuten. Daarbij zijn in principe jijzelf, de opleider en je werkplekbegeleider aanwezig.
Uiterlijk drie werkdagen vooraf stuur je je lesvoorbereiding naar de betrokken begeleiders. Je deelt ook je actuele leerdoelen en geeft aan waarop je graag feedback wilt ontvangen.
Na het lesbezoek
Na het nagesprek reflecteer je op wat je hebt geleerd en leg je de belangrijkste inzichten vast in je stagedossier. Op basis van de feedback stel je je leerdoelen bij en formuleer je waar nodig nieuwe doelen voor je verdere ontwikkeling.
06 Samen Leren
Leren binnen de Gelderse Onderwijsvallei
Samen leren binnen de Gelderse Onderwijsvallei
Binnen de Gelderse Onderwijsvallei (GOV) leer je niet alleen op je eigen stageschool, maar ook samen met studenten en begeleiders van andere scholen. De aangesloten scholen hebben ieder een eigen onderwijsvisie, doelgroep en karakter. Door hiermee kennis te maken ontdek je steeds beter welke docent je wilt zijn en welke onderwijscontext bij jou past.
Samen leren op je werkplek
Op je stageschool maak je deel uit van het team en de vaksectie. Door lessen van collega’s te bezoeken, samen te werken en actief om feedback te vragen, ontwikkel je je professionele identiteit en je visie op onderwijs. Met je werkplekbegeleider bespreek je hoe je hierin steeds meer verantwoordelijkheid kunt nemen.
GOV-dagen
Tijdens de GOV-dagen komen studenten en begeleiders uit de Gelderse Onderwijsvallei samen om van en met elkaar te leren. Je maakt kennis met andere scholen en onderwijspraktijken, wisselt ervaringen uit en werkt samen aan thema’s die belangrijk zijn voor je ontwikkeling als docent. Zo verbreed je je blik verder dan je eigen stageschool.
Samen onderzoeken
Ook onderzoekend leren doen we samen. Je wisselt ideeën en ervaringen uit, geeft elkaar feedback en maakt gebruik van de kennis van studenten, docenten en onderzoeksbegeleiders binnen de Gelderse Onderwijsvallei. Zo leer je onderzoek te verbinden aan vraagstukken uit je eigen onderwijspraktijk.
07 Het Stagedossier
Evalueren en ontwikkelen
Stagedossier
In je stagedossier maak je zichtbaar hoe je je tijdens de stage ontwikkelt. Je verzamelt hierin bewijsstukken, feedback en reflecties die je leerproces onderbouwen.
Per fase maak je een ontwikkelplan met je leervragen, leerdoelen en leeractiviteiten. Op vaste momenten kijk je terug, verwerk je feedback en stel je je doelen bij.
Je houdt het stagedossier bij in Portflow. Zorg dat je werkplekbegeleider, schoolopleider en instituutsopleider toegang hebben. Het dossier moet compleet zijn voordat je definitieve stagebeoordeling wordt verwerkt.
08 Onderzoek in de onderwijspraktijk
Onderzoek in je eigen onderwijspraktijk
09 Beoordelingen
Laat zien hoe jij en ontwikkelt
Beoordelingsmomenten
Tijdens je stage zijn er meerdere beoordelingsmomenten: aan het einde van begeleide stage 1, begeleide stage 2, zelfstandige stage 1 en zelfstandige stage 2. In een presentatie voor je werkplekbegeleider en de schoolopleider laat je via je leergeschiedenis zien hoe je gewerkt hebt aan je leervragen. Na jouw presentatie stellen je begeleiders verdiepende vragen. De beoordelingsmomenten duren ieder ongeveer 45 minuten, waarvan je 10 tot 15 minuten invult met jouw presentatie. Neem zelf actief de regie in het plannen van de gesprekken. In de stagewijzer vind je de deadlines.
Voorbereiding
Je bereidt je voor op de beoordelingen door het ontwerpen van je leergeschiedenis, vanaf begeleide stage 1 tot en met zelfstandige stage 2. Per evaluatiemoment kies je 3 tot 5 cruciale leermomenten uit de afgelopen periode. Dat kunnen zowel mislukkingen als glorieuze momenten zijn. Aan de hand van deze leermomenten laat je zien hoe je je ontwikkeld hebt en hoe je jouw toekomstige ontwikkeling ziet, in relatie tot de opleidingsdoelen. Geef ook aan welke rol de beroepsproducten spelen, hebben gespeeld of gaan spelen.
Het structureren, ordenen, prioriteren en analyseren van jouw leergeschiedenis geeft je houvast om te kijken naar de toekomst. En om na te denken over jouw professionele identiteit: wie wil jij zijn als docent? Daar is geen vast format voor: jouw ontwikkeling is uniek en alleen van jou. Het ontwerpen van een leergeschiedenis kan dan ook op verschillende manieren, bij voorkeur digitaal. Padlet is een voorbeeld van een handige digitale tool.
Als extra voorbereiding kun je zelf het beoordelingsformulier invullen, over jezelf. Het is interessant om jouw blik op een later moment te vergelijken met de bevindingen van jouw begeleiders. In een gesprek kun je de verschillen bekijken en beelden bij de beoordelingscriteria uitwisselen.
Beoordelingsprocedure
Twee weken voor het beoordelingsmoment ontvangt jouw werkplekbegeleider een mail via informatiesysteem Osiris, met informatie over de procedure. Vóór elke beoordeling vult jouw werkplekbegeleider een concept beoordelingsformulier in. Na jouw presentatie en het daaropvolgende gesprek vullen je beoordelaars dit formulier samen aan. De werkplekbegeleider uploadt de beoordeling in Osiris, waarna de schoolopleider een check doet. Tot slot controleert de instituutsopleider of het beoordelingsformulier technisch goed is ingevuld en of de beoordeling matcht met het beeld dat blijkt uit je stagedossier.
Is het eindoordeel onder niveau? Dan heb je wat langer de tijd nodig om jezelf te ontwikkelen. Neem in dat geval contact op met je instituutsbegeleider. Samen met je werkplekbegeleider en de schoolopleider bepalen jullie de vervolgstappen.
Vervolg
Na elk beoordelingsgesprek geef je in een opsomming aan:
- welke inzichten je meeneemt uit het gesprek
- welke afspraken zijn gemaakt over de begeleiding
- aan welke beoordelingscriteria je gaat werken.
Deze opsomming plaats je samen met je presentatie als onderliggende bron in je stagedossier, onder ‘evaluatiegesprek’. Vervolgens blik je in je stageplan terug onder ‘terugblik’ en kijk je vooruit in een nieuw ontwikkelplan.
10 Evaluatie
Help het werkplekleren te verbeteren
Evaluatie werkplekleren
Aan het einde van je stage geef je feedback op het werkplekleren. Je ontvangt hiervoor een anonieme vragenlijst via de HBO-spiegel en wordt uitgenodigd voor een gezamenlijk evaluatiemoment op school. Daar kun je de vragenlijst invullen en je ervaringen bespreken met andere studenten.
Wil je eerder feedback geven? Dan kun je altijd terecht bij je werkplekbegeleider, schoolopleider of instituutsopleider.
Stop je voortijdig met je stage, dan vindt er een afsluitend gesprek plaats waarin je eveneens feedback kunt geven op het werkplekleren.
Tweejarige Educatieve Master
Binnen de tweejarige educatieve master combineer je het masterjaar van je eigen faculteit met een opleiding tot academisch docent met een eerstegraads lesbevoegdheid. In het eerste jaar doorloop je twee begeleide stages en in het tweede jaar twee zelfstandige stages, op dezelfde vo-school.
01 Kennismaking
Een goede start begint met kennismaken
Kennismakingsgesprek
Ruim voor de start van je stage word je uitgenodigd voor een kennismakingsgesprek op je stageschool. Je maakt kennis met je begeleiders en bespreekt samen hoe je stage eruit gaat zien. Denk aan de klassen waarin je lesgeeft, de begeleiding, stagedagen, lesmaterialen, lesvoorbereidingen en het startgesprek. Soms voer je dit gesprek samen met je medestudent.
- Start je in september? Plan het kennismakingsgesprek in juni of juli.
- Start je in februari? Plan het kennismakingsgesprek in december of januari.
Voorbereiding
Bereid je goed voor door de website van de school te bekijken en na te denken over wat jij nodig hebt om goed te kunnen leren tijdens je stage. Vul hiervoor de lijst met aandachtspunten (zie DOCUMENTEN) in en deel deze met je werkplekbegeleider.
Denk daarnaast na over deze vragen:
- Wat zijn mijn drie belangrijkste aandachtspunten?
- Wat zeggen die over mij als lerende?
- Wat heb ik nodig van mijn begeleider?
- Hoe ziet passende begeleiding voor mij eruit?
- Hoe en bij wie geef ik aan wat ik nodig heb?
De ingevulde lijst is geen beoordeling, maar een hulpmiddel om vanaf het begin passende begeleiding af te spreken.
02 Start Stage
Ontdek je stageschool
03 Het Startgesprek
Bepaal waar je aan gaat werken
Startgesprek
In week 2 of 3 van zowel je begeleide als zelfstandige stage voer je een startgesprek met je werkplekbegeleider en een begeleider vanuit de school of opleiding. Samen bespreek je jouw leerroute, persoonlijke leerdoelen en passende leeractiviteiten. Daarbij staan vragen centraal als: wie ben ik, wat voor docent wil ik worden, waar wil ik naartoe en welke stappen zijn daarvoor nodig? Het gesprek duurt ongeveer 45 minuten.
Voorbereiding
Ter voorbereiding maak je een presentatie van 5 tot 10 minuten waarin je laat zien:
- wie je bent, met je kwaliteiten en valkuilen;
- hoe jij naar het beroep van docent kijkt en waarom je docent wilt worden;
- wat je tijdens de oriëntatiefase hebt ontdekt en waar je je verder in wilt verdiepen.
Formuleer daarbij zo concreet mogelijk welke leerdoelen je hebt voor je ontwikkeling als docent.
Vervolg
Na het startgesprek schrijf je een kort verslag waarin je de belangrijkste inzichten, afspraken over begeleiding en je leerdoelen vastlegt. Dit voeg je toe aan je stagedossier.
Vervolgens werk je je ontwikkelplan uit. Tijdens de stage bespreek je je voortgang regelmatig met je werkplekbegeleider. Samen stel je je leerdoelen waar nodig bij en formuleer je nieuwe doelen.
04 Begeleiding tijdens je stage
Jouw ontwikkeling
Werkplekbegeleider
Op je stageschool krijg je een werkplekbegeleider (wpb). Deze helpt je om je weg te vinden binnen de school en ondersteunt je bij je persoonlijke leerdoelen. Minimaal één keer per week hebben jullie een individueel coachgesprek. Daarin bespreek je wat je wilt leren, hoe je daaraan werkt en wat je nodig hebt om verder te komen.
Je werkplekbegeleider stimuleert daarnaast je onderzoekende houding, bijvoorbeeld door kritische vragen te stellen over je keuzes, ervaringen en beroepsproducten.
Begeleidingsinstrumenten
Om gericht aan je ontwikkeling te werken, kun je verschillende begeleidingsinstrumenten gebruiken. Deze sluiten aan bij drie opleidingsdoelen:
- Ontwerpen, begeleiden en evalueren – vakdidactisch handelen, zoals lessen voorbereiden en evalueren.
- Contact maken en leiden – pedagogisch handelen, zoals orde houden en omgaan met groepen.
- Functioneren en bijdragen – professioneel handelen, zoals reflecteren, je kwaliteiten onderzoeken en je visie op onderwijs ontwikkelen.
Leraar op loopafstand
Tijdens het begeleide deel van je stage is je werkplekbegeleider of een andere collega altijd in of rond de les aanwezig. Je staat dus niet volledig alleen voor de klas. Wel krijg je steeds meer ruimte om zelfstandig te handelen. Bij Leraar op Loopafstand (LOLA) trekt de begeleider zich op bepaalde momenten bewust terug, zodat jij zelf ervaring opdoet en verantwoordelijkheid neemt.
Schoolopleider
Voor schoolgerelateerde vragen waarbij je werkplekbegeleider je niet verder kan helpen, kun je terecht bij de schoolopleider. De schoolopleider is ook betrokken bij je beoordeling en bezoekt tijdens je stage lessen. Neem zelf initiatief om je schoolopleider uit te nodigen voor een lesbezoek.
Onderzoeksbegeleider
Tijdens je zelfstandige stage krijg je een onderzoeksbegeleider. Deze begeleider is je critical friend bij het onderzoek in de onderwijspraktijk. Samen bespreek je je onderzoeksproducten, ontvang je feedback en onderzoek je hoe wetenschap en onderwijspraktijk binnen de school met elkaar verbonden kunnen worden.
Instituutsopleider
De instituutsopleider is vanuit de opleiding betrokken bij je stage en is je aanspreekpunt voor opleidingsgerelateerde vragen. De instituutsopleider is onder andere betrokken bij het startgesprek, je stageplan, lesbezoeken en de beoordelingen.
05 Lesbezoeken
Leren van lesbezoeken
Lesbezoeken
Tijdens je stage bezoeken naast je werkplekbegeleider ook de schoolopleider en de instituutsopleider een les. Deze bezoeken zijn geen beoordelingsmomenten, maar bedoeld om gerichte feedback te krijgen op je leerdoelen.
De schoolopleider bezoekt een les tijdens alle vier de stagefasen. De instituutsopleider bezoekt een les tijdens begeleide stage 2.
Voorbereiding
Je organiseert de lesbezoeken zelf en plant ook een nagesprek van 45 tot 60 minuten. Daarbij zijn in principe jijzelf, de opleider en je werkplekbegeleider aanwezig.
Uiterlijk drie werkdagen voor het bezoek stuur je je lesvoorbereiding naar je begeleiders. Geef daarbij ook je actuele leerdoelen aan en benoem waarop je graag feedback wilt ontvangen.
Vervolg
Na het nagesprek reflecteer je op de belangrijkste inzichten en voeg je deze toe aan je stagedossier. Op basis van de feedback stel je je leerdoelen bij en formuleer je waar nodig nieuwe doelen voor je ontwikkelplan.
06 Tussengesprekken
Gesprekken over je voortgang
Tussengesprekken
Omdat iedere stageperiode meerdere maanden duurt, plan je ongeveer halverwege een tussengesprek met je werkplekbegeleider. Dit gesprek is ontwikkelgericht en geen beoordeling. Samen kijk je terug op je leerproces, bespreek je waar je nu staat en maak je afspraken over het vervolg. Ook staan jullie stil bij de begeleiding en de school als leeromgeving.
Voorbereiding
Je neemt zelf het initiatief om het tussengesprek te plannen. Bereid een korte agenda voor met onderwerpen die je wilt bespreken, zoals je leerdoelen, begeleiding, beroepsproducten en je ontwikkeling ten opzichte van de beoordelingscriteria.
Vervolg
Na het gesprek leg je kort vast:
- welke inzichten je meeneemt;
- welke afspraken over begeleiding zijn gemaakt;
- aan welke opleidingsdoelen je verder werkt;
- welke rol je beroepsproducten daarbij spelen.
Je voegt deze opbrengsten toe aan je stagedossier.
07 Samen Leren
Leren binnen de Gelderse Onderwijsvallei
Samen leren binnen de Gelderse Onderwijsvallei
Binnen de Gelderse Onderwijsvallei (GOV) leer je niet alleen op je eigen stageschool, maar ook samen met studenten en begeleiders van andere scholen. De aangesloten scholen hebben ieder een eigen onderwijsvisie, doelgroep en karakter. Door hiermee kennis te maken ontdek je steeds beter welke docent je wilt zijn en welke onderwijscontext bij jou past.
Samen leren op je werkplek
Op je stageschool maak je deel uit van het team en de vaksectie. Door lessen van collega’s te bezoeken, samen te werken en actief om feedback te vragen, ontwikkel je je professionele identiteit en je visie op onderwijs. Met je werkplekbegeleider bespreek je hoe je hierin steeds meer verantwoordelijkheid kunt nemen.
GOV-dagen
Tijdens de GOV-dagen komen studenten en begeleiders uit de Gelderse Onderwijsvallei samen om van en met elkaar te leren. Je maakt kennis met andere scholen en onderwijspraktijken, wisselt ervaringen uit en werkt samen aan thema’s die belangrijk zijn voor je ontwikkeling als docent. Zo verbreed je je blik verder dan je eigen stageschool.
Samen onderzoeken
Ook onderzoekend leren doen we samen. Je wisselt ideeën en ervaringen uit, geeft elkaar feedback en maakt gebruik van de kennis van studenten, docenten en onderzoeksbegeleiders binnen de Gelderse Onderwijsvallei. Zo leer je onderzoek te verbinden aan vraagstukken uit je eigen onderwijspraktijk.
08 Het Stagedossier
Evalueren en ontwikkelen
09 Onderzoek in de Onderwijspraktijk
Onderzoek in je eigen onderzoekspraktijk
Wetenschap in de educatieve praktijk | begeleide stage
Tijdens begeleide stage 2 volg je de cursus Wetenschap in de educatieve praktijk. Je vertaalt actuele wetenschappelijke inzichten naar een zelfgekozen vraagstuk uit de onderwijspraktijk. Waar mogelijk sluit je aan bij een thema dat speelt op je stageschool. Zo leer je wetenschappelijke kennis te verbinden aan de praktijk en ontwikkel je je onderzoekende houding.
Bespreek met je begeleiders welke mogelijkheden er binnen de school zijn en hoe je de opgedane kennis kunt delen met collega’s.
Masterscriptie | zelfstandige stage
Tijdens het zelfstandige deel van de tweejarige master werk je aan je masterscriptie. Hierin leg je een verbinding tussen wetenschappelijk vakinhoudelijk onderzoek en vakdidactiek en/of de educatieve praktijk. Je onderzoek kan geheel of gedeeltelijk plaatsvinden op je stageschool.
Stem je onderzoeksplan en de mogelijkheden binnen de school af met je begeleiders. Voor vakdidactische en praktische vragen kun je ook terecht bij collega’s uit je vaksectie.
Aan het einde van het schooljaar deel je de belangrijkste opbrengsten van je onderzoek met medestudenten, collega’s en andere geïnteresseerden. Je masterscriptie wordt vervolgens volgens de beoordelingsprocedure van je opleiding beoordeeld.
10 Beoordelingen
Laat zien hoe jij je ontwikkelt
Beoordelingen
Tijdens je stage zijn er vier beoordelingsmomenten:
- aan het einde van begeleide stage 1;
- aan het einde van begeleide stage 2;
- aan het einde van zelfstandige stage 1;
- aan het einde van zelfstandige stage 2.
Elk beoordelingsgesprek duurt ongeveer 45 minuten. Je start met een presentatie van 10 tot 15 minuten waarin je aan de hand van je leergeschiedenis laat zien hoe je aan je leervragen en opleidingsdoelen hebt gewerkt. Daarna stellen je werkplekbegeleider en schoolopleider verdiepende vragen.
Je bent zelf verantwoordelijk voor het tijdig plannen van de beoordelingsmomenten.
Voorbereiding
Voor ieder beoordelingsmoment kies je 3 tot 5 cruciale leermomenten uit de afgelopen periode. Dat kunnen zowel succesvolle als moeilijke momenten zijn. Je beschrijft:
- wat er gebeurde;
- wat je daarvan hebt geleerd;
- hoe dit heeft bijgedragen aan je ontwikkeling als docent;
- hoe dit past bij de opleidingsdoelen;
- welke rol je beroepsproducten daarbij hebben gespeeld;
- waar je je verder in wilt ontwikkelen.
Je leergeschiedenis helpt je om terug te kijken én vooruit te kijken. Daarbij staat ook je professionele identiteit centraal: wie ben je en wie wil je worden als docent? De vorm waarin je je leergeschiedenis presenteert, bepaal je zelf.
Als extra voorbereiding kun je jezelf vooraf beoordelen aan de hand van de beoordelingscriteria. Tijdens het gesprek kun je jouw beeld vergelijken met dat van je begeleiders.
Beoordelingsprocedure
Voor ieder beoordelingsmoment maakt je werkplekbegeleider vooraf een conceptbeoordeling. Na je presentatie en het gesprek stellen je beoordelaars de beoordeling samen definitief vast.
De werkplekbegeleider verwerkt de beoordeling in het administratieve systeem. Daarna controleert de schoolopleider de beoordeling. De instituutsopleider controleert tot slot of de beoordeling correct is verwerkt en aansluit bij de ontwikkeling die zichtbaar is in je stagedossier.
Is je beoordeling onder niveau, dan bespreek je samen met je instituutsopleider, werkplekbegeleider en schoolopleider welke vervolgstappen nodig zijn.
Na het beoordelingsgesprek
Na ieder gesprek leg je kort vast:
- welke inzichten je meeneemt;
- welke afspraken over begeleiding zijn gemaakt;
- aan welke beoordelingscriteria je verder gaat werken.
Je voegt deze opbrengsten en je presentatie toe aan je stagedossier. Daarna blik je terug op de afgelopen periode en maak je een nieuw ontwikkelplan voor de volgende fase van je stage.
11 Evaluatie
Help het werkplekleren te verbeteren
Evaluatie werkplekleren
Aan het einde van je stage geef je feedback op het werkplekleren. Je ontvangt hiervoor een anonieme vragenlijst via de HBO-spiegel en wordt uitgenodigd voor een gezamenlijk evaluatiemoment op school. Daar kun je de vragenlijst invullen en je ervaringen bespreken met andere studenten.
Wil je eerder feedback geven? Dan kun je altijd terecht bij je werkplekbegeleider, schoolopleider of instituutsopleider.
Stop je voortijdig met je stage, dan vindt er een afsluitend gesprek plaats waarin je eveneens feedback kunt geven op het werkplekleren.
Waar je stage kunt lopen
Tien scholen in Ede, Veenendaal, Wageningen, Kesteren en Rhenen.