Werkplekleren
Stage lopen als HAN-student
Leraar worden leer je vooral door het te doen. Daarom leiden scholen en de HAN samen op, in een driehoek van student, werkplek en opleiding.
Van meekijken tot zelf voor de klas
Je stage bij de HAN bestaat uit vier onderdelen: WPL1, WPL2a, WPL2b en WPL3. Kies hieronder het onderdeel waar je zit. Je leest hoe de kennismaking verloopt, wie je begeleidt en hoe de beoordeling werkt.
Kies je onderdeel
Werkplekleren 1, leerjaar 1
Tijdens het eerste jaar van de lerarenopleiding oriënteer je je op het beroep van docent. De centrale vraag is: kan en wil ik leraar worden? Om het antwoord te ontdekken doe je ervaring op in de praktijk, tijdens een stage van 16 weken op donderdag, alleen of met een medestudent. Daarnaast volg je elke vrijdagochtend groepsbijeenkomsten op één van de opleidingsscholen.
01 Kennismaking
Een goede start begint met kennismaken
Voor de start van je stage plan je samen met je eventuele medestudent een kennismakingsgesprek met je werkplekbegeleider of schoolopleider. Je maakt kennis met de school, bespreekt praktische zaken en maakt afspraken over de begeleiding. Ter voorbereiding denk je na over jouw belangrijkste aandachtspunten, wat die zeggen over jou als lerende en welke ondersteuning je nodig hebt. Ook bepaal je hoe en bij wie je jouw begeleidingsbehoefte kenbaar maakt.
02 Start stage
Ontdek je stageschool
Je stage begint met een oriëntatiefase waarin je actief onderzoekt hoe jouw stageschool werkt. Je kijkt onder andere naar de visie, doelgroep, samenwerking en organisatie van de school. Door te observeren, vragen te stellen en activiteiten te ondernemen bereid je je voor op het startgesprek in week 3. De begeleiders van de GOV en de HAN ondersteunen je daarbij met praktische handvatten die je direct tijdens je stage kunt gebruiken.
03 Het Startgesprek
Bepaal waar jij aan wilt werken
In week 3 voer je een startgesprek met je begeleiders. Samen bespreek je wie je bent als lerende, waar je naartoe wilt en welke leerdoelen daarbij passen. Je bereidt het gesprek voor met een korte presentatie en gebruikt je eerste ervaringen op school als input. Tijdens je stage werk je verder aan je leerdoelen en kijk je tussentijds samen terug op je ontwikkeling.
04 Begeleiding
Jouw ontwikkeling
Tijdens je stage word je begeleid door een werkplekbegeleider en je begeleider van de GOV en de HAN. Je werkplekbegeleider helpt je om ervaringen uit de praktijk te onderzoeken, erop te reflecteren en je eigen manier van lesgeven te ontwikkelen. De begeleiders van de HAN en de GOV bewaken de kwaliteit van je leerplek en ondersteunen bij algemene vragen en evaluatiemomenten. Zelf neem je verantwoordelijkheid voor je leerproces door doelen te stellen, actief feedback te verzamelen en je portfolio goed bij te houden.
05 Samen leren op de Vrijdag
Leer met en van anderen
Tijdens je stage leer je niet alleen op je eigen werkplek, maar ook samen met andere studenten en begeleiders van de GOV en de HAN. Op de vrijdag kom je bij elkaar, steeds op een andere locatie. Je wisselt ervaringen uit, bespreekt onderwijskundige thema’s en werkt gericht aan je persoonlijke leerdoelen. Door bij anderen te kijken en verschillende scholen en onderwijspraktijken te ontdekken, verbreed je je blik. Zo ontwikkel je stap voor stap jouw eigen professionele identiteit als docent.
06 Jouw Portfolio
Maak je groei zichtbaar
Met je portfolio houd je zicht op je ontwikkeling en leer je steeds meer zelf de regie te nemen. Je verzamelt relevante ervaringen en feedback en gebruikt die om keuzes te maken in je leerproces. Door vragen te stellen, feedback te vragen en daarop te reflecteren, ontdek je waar je staat en wat je volgende stap is. Zo werk je gericht aan jouw ontwikkeling als leraar en aan een leven lang leren.
07 De Tussenevaluatie
Kijk terug en bepaal je volgende stap
Halverwege je stage bespreek je samen met je werkplekbegeleider en coach hoe je ontwikkeling verloopt. Je kijkt terug op je ervaringen, bespreekt waar je staat binnen de leeruitkomsten en bepaalt waar je verder aan wilt werken. Vooraf bereid je een korte presentatie en feedback voor. De opbrengsten en je nieuwe leerdoelen leg je vast in je portfolio.
08 Afronding
Laat zien wat je hebt geleerd
Aan het einde van je stage bespreek je samen met je begeleiders jouw ontwikkeling. Tijdens het eindgesprek wordt de leeruitkomst positief leerklimaat beoordeeld en krijg je feedback op de andere leeruitkomsten. Zo krijg je een duidelijk beeld van wat je al beheerst en waar je je verder in kunt ontwikkelen. De overige beoordeling vindt na je stage plaats bij de HAN.
09 Evaluatie
Help het werkplekleren te verbeteren
Aan het einde van je stage krijg je de ruimte om jouw ervaringen met het werkplekleren te delen. Je vult een anonieme vragenlijst in en bespreekt tijdens een evaluatiemoment wat goed ging en wat beter kan. Wil je eerder feedback geven, dan kun je altijd terecht bij je werkplekbegeleider, schoolopleider of instituutsopleider. Zo draag jij bij aan de verdere verbetering van het werkplekleren.
Werkplekleren 2a, leerjaar 2
Tijdens het tweede jaar van je opleiding ontwikkel je jezelf als leraar, vooral op pedagogisch-didactisch gebied. Je doorloopt een begeleide stage van acht weken op dezelfde stageschool, samen met een medestudent. Op maandag en dinsdag geef je daar een aantal (deel)lessen en voer je andere onderwijsactiviteiten uit. Tijdens het jaar laat je zien dat je jouw handelen in de lespraktijk onderzoekt, ter discussie stelt en eventueel aanpast.
01 Kennismaking
Een goede start begint met kennismaken
Kennismakingsgesprek
Ruim voor de start van je stage word je uitgenodigd voor een kennismakingsgesprek op je stageschool. Je maakt kennis met je begeleiders en bespreekt samen hoe je stage eruit gaat zien. Denk aan de klassen waarin je lesgeeft, de begeleiding, stagedagen, lesmaterialen, lesvoorbereidingen en het startgesprek. Meestal voer je dit gesprek samen met je medestudent.
Voorbereiding
Bereid je goed voor door de website van de school te bekijken en na te denken over wat jij nodig hebt om goed te kunnen leren tijdens je stage. Vul hiervoor de lijst met aandachtspunten (zie DOCUMENTEN) in en deel deze met je werkplekbegeleider.
Denk daarnaast na over deze vragen:
- Wat zijn mijn drie belangrijkste aandachtspunten?
- Wat zeggen die over mij als lerende?
- Wat heb ik nodig van mijn begeleider?
- Hoe ziet passende begeleiding voor mij eruit?
- Hoe en bij wie geef ik aan wat ik nodig heb?
De ingevulde lijst is geen beoordeling, maar een hulpmiddel om vanaf het begin passende begeleiding af te spreken.
02 Start Stage
Ontdek je stageschool
Oriëntatiefase
Je stage start met een oriëntatiefase. Tot aan het startgesprek in week 2 of 3 onderzoek je actief hoe de school werkt. Je kijkt onder andere naar de visie van de school, de doelgroep, de samenwerking tussen collega’s en de organisatie.
Om hier een goed beeld van te krijgen, neem je zelf initiatief. Je kunt bijvoorbeeld meelopen met een docent of klas, een collega interviewen, vergaderingen bijwonen, schooldocumenten bestuderen en ervaringen uitwisselen met medestudenten. Stem met je werkplekbegeleider af wat er mogelijk is.
03 Het Startgesprek
Bepaal waar je aan gaat werken
Startgesprek
In week 2 of 3 plan je zelf het startgesprek met je werkplekbegeleider en een begeleider vanuit de opleiding of school. Samen bepalen jullie wat je wilt leren, wanneer je tevreden bent en welke stappen je daarvoor gaat zetten.
Je staat daarbij stil bij wie je bent, je kwaliteiten, het soort docent dat je wilt worden, je leeropbrengsten, de maat en je leerweg.
Ter voorbereiding maak je een presentatie van 5 tot 10 minuten. Gebruik daarbij je ervaringen uit de eerste stageweken, de beoordeling van je vorige stage, de missie en visie van de school, de leeruitkomsten en de bijbehorende evaluatieformulieren. Na je presentatie stellen je begeleiders verdiepende vragen.
Je neemt de voorbereiding en opbrengsten van het gesprek op in je portfolio. Tijdens de tussen- en eindevaluatie kijk je samen met je begeleiders terug op de afspraken en je ontwikkeling.
04 Begeleiding tijdens je stage
Jouw ontwikkeling
Begeleiding tijdens je stage
Op je stageschool krijg je een werkplekbegeleider die je ondersteunt bij het ontwikkelen van jouw eigen manier van lesgeven. Minimaal één keer per week hebben jullie een coachgesprek. Daarin bespreek je je leerdoelen, ervaringen in de les, samenwerking met anderen, onderzoeksactiviteiten en je ontwikkeling op de leeruitkomsten. Je krijgt daarbij feedup, feedback en feedforward en leert theorie, praktijk en persoonlijke ontwikkeling met elkaar te verbinden.
Voor schoolgerelateerde vragen kun je terecht bij de schoolopleider. Ook is er een instituutsopleider vanuit je opleiding betrokken bij je ontwikkeling.
Je bent zelf medeverantwoordelijk voor je begeleiding. Maak daarom duidelijk wat je wilt leren, welke feedback je nodig hebt en hoe je die gaat gebruiken. Zorg daarnaast dat je je portfolio bijhoudt, afspraken nakomt en goed voorbereid op je stage verschijnt.
05 Het Groeidossier
Evalueren en ontwikkelen
Het Groeidossier
Het groeidossier is jouw digitale ontwikkelportfolio in eJournal. Hierin verzamel je bewijsstukken die laten zien hoe jij je tijdens de opleiding ontwikkelt als docent. Denk aan lesvoorbereidingen, leerlingproducten, presentaties, reflecties, feedback, onderzoeksactiviteiten en beeld- of audiomateriaal.
Kies vooral producten die zichtbaar maken wat je hebt gedaan, wat je hebt geleerd en hoe je je ontwikkelt op gebieden als professionele identiteit, reflectie, onderzoekend vermogen, samenwerking en leidinggeven.
Het groeidossier krijgt geen cijfer, maar het bijhouden ervan is wel verplicht en hoort bij je professionele houding. In de handleiding van eJournal vind je meer informatie over de inhoudelijke en technische kant van het portfolio.
06 De Tussenevaluatie
Kijk terug en bepaal je volgende stap
Tussenevaluatie
Halverwege je stage vindt de tussenevaluatie plaats met je werkplekbegeleider en een begeleider vanuit de opleiding of school. In ongeveer een half uur kijk je terug op je ontwikkeling, bespreek je waar je nu staat en bepaal je waar je de tweede helft van je stage aan wilt werken.
Ter voorbereiding kijk je terug naar de leeruitkomsten en afspraken uit het startgesprek en vul je het formulier TE/EE in (zie DOCUMENTEN) . Je werkplekbegeleider vult ook een deel in. Tijdens het gesprek ontvang je feedback en hoor je of er voldoende vertrouwen is dat je de stage succesvol kunt afronden.
De tussenevaluatie krijgt geen cijfer. Je plaatst het ingevulde formulier en een kort gespreksverslag in je portfolio. Daarna werk je verder aan je leerdoelen voor de tweede helft van je stage.
07 Afronding
Laat zien wat je hebt geleerd
Eindbeoordeling
Je sluit je stage af met de eindbeoordeling. In een gesprek van ongeveer 45 minuten bespreek je samen met je werkplekbegeleider en een begeleider vanuit de opleiding of school jouw ontwikkeling op de leeruitkomsten.
Ter voorbereiding vul je het beoordelingsformulier (zie DOCUMENTEN) in en beschrijf je per leeruitkomst je groei. Als je wilt, kun je het gesprek starten met een korte presentatie waarin je jouw ontwikkeling laat zien aan de hand van voorbeelden. Je werkplekbegeleider vult vooraf ook het beoordelingsformulier in.
Tijdens het gesprek stellen je begeleiders verdiepende vragen over jouw ontwikkeling en de ingevulde formulieren. Na afloop bepalen zij je eindcijfer. Je weet vooraf al of je de stage met een voldoende of onvoldoende afsluit.
08 Evaluatie
Help het werkplekleren te verbeteren
Evaluatie werkplekleren
Aan het einde van je stage geef je feedback op het werkplekleren. Je ontvangt hiervoor een anonieme vragenlijst via de HBO-spiegel en wordt uitgenodigd voor een gezamenlijk evaluatiemoment op school. Daar kun je de vragenlijst invullen en je ervaringen bespreken met andere studenten.
Wil je eerder feedback geven? Dan kun je altijd terecht bij je werkplekbegeleider, schoolopleider of instituutsopleider.
Stop je voortijdig met je stage, dan vindt er een afsluitend gesprek plaats waarin je eveneens feedback kunt geven op het werkplekleren.
Werkplekleren 2b, leerjaar 3 en leerjaar 2 DT
Tijdens het derde jaar van je opleiding (of tijdens het 2e jaar voor de deeltijders) bereid je je voor op de eindfase, en dus op zelfstandig lesgeven. Je diept je pedagogisch-didactische vaardigheden verder uit en bouwt aan je vakkennis. Daarvoor doorloop je opnieuw twee begeleide stages van acht weken op dezelfde school, samen met een medestudent. De stagedagen zijn dinsdag en donderdag.
01 Kennismaking
Een goede start begint met kennismaken
Kennismakingsgesprek
Ruim voor de start van je stage word je uitgenodigd voor een kennismakingsgesprek op je stageschool. Je maakt kennis met je begeleiders en bespreekt samen hoe je stage eruit gaat zien. Denk aan de klassen waarin je lesgeeft, de begeleiding, stagedagen, lesmaterialen, lesvoorbereidingen en het startgesprek. Meestal voer je dit gesprek samen met je medestudent.
Voorbereiding
Bereid je goed voor door de website van de school te bekijken en na te denken over wat jij nodig hebt om goed te kunnen leren tijdens je stage. Vul hiervoor de lijst met aandachtspunten (zie DOCUMENTEN) in en deel deze met je werkplekbegeleider.
Denk daarnaast na over deze vragen:
- Wat zijn mijn drie belangrijkste aandachtspunten?
- Wat zeggen die over mij als lerende?
- Wat heb ik nodig van mijn begeleider?
- Hoe ziet passende begeleiding voor mij eruit?
- Hoe en bij wie geef ik aan wat ik nodig heb?
De ingevulde lijst is geen beoordeling, maar een hulpmiddel om vanaf het begin passende begeleiding af te spreken.
02 De start van je stage
Oriëntatiefase
Oriëntatiefase
Je stage start met een oriëntatiefase. Tot aan het startgesprek in week 2 of 3 onderzoek je actief hoe de school werkt. Je kijkt onder andere naar de visie van de school, de doelgroep, de samenwerking tussen collega’s en de organisatie.
Om hier een goed beeld van te krijgen, neem je zelf initiatief. Je kunt bijvoorbeeld meelopen met een docent of klas, een collega interviewen, vergaderingen bijwonen, schooldocumenten bestuderen en ervaringen uitwisselen met medestudenten. Stem met je werkplekbegeleider af wat er mogelijk is.
03 Het Startgesprek
Bepaal waar je aan gaat werken
Startgesprek
In week 2 of 3 plan je zelf het startgesprek met je werkplekbegeleider en een begeleider vanuit de opleiding of school. Samen bepalen jullie wat je wilt leren, wanneer je tevreden bent en welke stappen je daarvoor gaat zetten.
Je staat daarbij stil bij wie je bent, je kwaliteiten, het soort docent dat je wilt worden, je leeropbrengsten, de maat en je leerweg.
Ter voorbereiding maak je een presentatie van 5 tot 10 minuten. Gebruik daarbij je ervaringen uit de eerste stageweken, de beoordeling van je vorige stage, de missie en visie van de school, de leeruitkomsten en de bijbehorende evaluatieformulieren. Na je presentatie stellen je begeleiders verdiepende vragen.
Je neemt de voorbereiding en opbrengsten van het gesprek op in je portfolio. Tijdens de tussen- en eindevaluatie kijk je samen met je begeleiders terug op de afspraken en je ontwikkeling.
04 Begeleiding tijdens je stage
Jouw ontwikkeling
Begeleiding tijdens je stage
Op je stageschool krijg je een werkplekbegeleider die je ondersteunt bij het ontwikkelen van jouw eigen manier van lesgeven. Minimaal één keer per week hebben jullie een coachgesprek. Daarin bespreek je je leerdoelen, ervaringen in de les, samenwerking met anderen, onderzoeksactiviteiten en je ontwikkeling op de leeruitkomsten. Je krijgt daarbij feedup, feedback en feedforward en leert theorie, praktijk en persoonlijke ontwikkeling met elkaar te verbinden.
Voor schoolgerelateerde vragen kun je terecht bij de schoolopleider. Ook is er een instituutsopleider vanuit je opleiding betrokken bij je ontwikkeling.
Je bent zelf medeverantwoordelijk voor je begeleiding. Maak daarom duidelijk wat je wilt leren, welke feedback je nodig hebt en hoe je die gaat gebruiken. Zorg daarnaast dat je je portfolio bijhoudt, afspraken nakomt en goed voorbereid op je stage verschijnt.
05 Het Groeidossier
Evalueren en ontwikkelen
Het Groeidossier
Het groeidossier is jouw digitale ontwikkelportfolio in eJournal. Hierin verzamel je bewijsstukken die laten zien hoe jij je tijdens de opleiding ontwikkelt als docent. Denk aan lesvoorbereidingen, leerlingproducten, presentaties, reflecties, feedback, onderzoeksactiviteiten en beeld- of audiomateriaal.
Kies vooral producten die zichtbaar maken wat je hebt gedaan, wat je hebt geleerd en hoe je je ontwikkelt op gebieden als professionele identiteit, reflectie, onderzoekend vermogen, samenwerking en leidinggeven.
Het groeidossier krijgt geen cijfer, maar het bijhouden ervan is wel verplicht en hoort bij je professionele houding. In de handleiding van eJournal vind je meer informatie over de inhoudelijke en technische kant van het portfolio.
06 De Tussenevaluatie
Kijk terug en bepaal je volgende stap
Tussenevaluatie
Halverwege je stage word je uitgenodigd voor de tussenevaluatie. In dit gesprek met je werkplekbegeleider en een begeleider vanuit de school of opleiding kijk je terug op je ontwikkeling, bespreek je waar je nu staat en bepaal je waar je in de tweede helft van je stage aan wilt werken.
Ter voorbereiding kijk je terug naar de leeruitkomsten uit het startgesprek en vul je het passende tussenevaluatieformulier (zie DOCUMENTEN) in. Je werkplekbegeleider vult ook een deel van het formulier in. Tijdens het gesprek ontvang je feedback en bespreek je of er vertrouwen is dat je de stage voldoende kunt afronden.
De tussenevaluatie is formatief en levert dus geen cijfer op. Na afloop plaats je het ingevulde formulier en een kort gespreksverslag in eJournal. Vervolgens werk je verder aan je leerdoelen voor de tweede helft van je stage.
07 Afronding
Laat zien wat je hebt geleerd
Eindbeoordeling
Je sluit je stage af met de eindbeoordeling: een gesprek van ongeveer 45 minuten met je werkplekbegeleider en een begeleider vanuit de school of opleiding. Je maakt hiervoor zelf een afspraak of wordt uitgenodigd door de school- of instituutsopleider.
Het gesprek begint met een presentatie van 10 tot 15 minuten. Op basis van je portfolio kies je 1 tot 3 belangrijke groeimomenten uit waarmee je laat zien hoe je je de afgelopen twee jaar hebt ontwikkeld. Ook benoem je je leerdoelen voor de toekomst. De vorm van de presentatie bepaal je zelf. Daarna stellen je begeleiders verhelderende en verdiepende vragen.
Voorbereiding en beoordeling
Vooraf beschrijft je werkplekbegeleider jouw ontwikkeling per leeruitkomst op het beoordelingsformulier (zie DOCUMENTEN). Je begeleiders bepalen op basis daarvan een voorlopig eindcijfer. Dit cijfer krijg je nog niet te horen, maar je weet vóór het gesprek wel of je stage als voldoende of onvoldoende wordt beoordeeld.
Bij een onvoldoende mag je zelf kiezen of je de presentatie nog geeft. Kies je ervoor dit niet te doen, dan bespreek je tijdens het gesprek waarom je denkt dat je de stage niet voldoende hebt kunnen afronden.
Na het gesprek bepalen je begeleiders het definitieve eindcijfer. De beoordeling van je presentatie telt hierin mee. Het definitieve cijfer mag maximaal 1,0 punt afwijken van het voorlopige cijfer. Een voorlopige voldoende kan daarbij geen onvoldoende worden en een voorlopige onvoldoende kan niet worden omgezet in een voldoende.
Na de eindbeoordeling
Na het gesprek:
- dien je een beoordelingsverzoek in via Handin;
- plaats je het gespreksverslag en je eindbeoordeling in eJournal;
- wordt je definitieve beoordeling door je werkplekbegeleider of schoolopleider per e-mail doorgestuurd naar je instituutsopleider.
In de handleidingen voor voltijd- en deeltijdstudenten vind je de volledige procedure en aanvullende informatie over de eindbeoordeling.
08 Evaluatie
Help het werkplekleren te verbeteren
Aan het einde van je stage geef je feedback op het werkplekleren. Je ontvangt hiervoor een anonieme vragenlijst via de HBO-spiegel en wordt uitgenodigd voor een gezamenlijk evaluatiemoment op school. Daar kun je de vragenlijst invullen en je ervaringen bespreken met andere studenten.
Wil je eerder feedback geven? Dan kun je altijd terecht bij je werkplekbegeleider, schoolopleider of instituutsopleider.
Stop je voortijdig met je stage, dan vindt er een afsluitend gesprek plaats waarin je eveneens feedback kunt geven op het werkplekleren.
WPL3 VT en DT
WPL3 is de eindfase van je opleiding, waarin je vooral inzet op de ontwikkeling van je professionele identiteit. Daarnaast groei je op vakinhoudelijk, vakdidactisch en pedagogisch gebied uit tot vakbekwaam docent. Je loopt 40 weken lang 3 dagen per week stage en doet een eigen onderzoek.
01 Kennismaking
Een goede start begint met kennismaken
Kennismakingsgesprek
Ruim voor de start van je stage word je uitgenodigd voor een kennismakingsgesprek op je stageschool. Je maakt kennis met je begeleiders en bespreekt samen hoe je stage eruit gaat zien. Denk aan de klassen waarin je lesgeeft, de begeleiding, stagedagen, lesmaterialen, lesvoorbereidingen en het startgesprek. Meestal voer je dit gesprek samen met je medestudent.
Voorbereiding
Bereid je goed voor door de website van de school te bekijken en na te denken over wat jij nodig hebt om goed te kunnen leren tijdens je stage. Vul hiervoor de lijst met aandachtspunten (zie DOCUMENTEN) in en deel deze met je werkplekbegeleider.
Denk daarnaast na over deze vragen:
- Wat zijn mijn drie belangrijkste aandachtspunten?
- Wat zeggen die over mij als lerende?
- Wat heb ik nodig van mijn begeleider?
- Hoe ziet passende begeleiding voor mij eruit?
- Hoe en bij wie geef ik aan wat ik nodig heb?
De ingevulde lijst is geen beoordeling, maar een hulpmiddel om vanaf het begin passende begeleiding af te spreken.
02 Start Stage
Ontdek je stageschool
Oriëntatiefase
Je stage start met een oriëntatiefase. Tot aan het startgesprek in week 2 of 3 onderzoek je actief hoe de school werkt. Je kijkt onder andere naar de visie van de school, de doelgroep, de samenwerking tussen collega’s en de organisatie.
Om hier een goed beeld van te krijgen, neem je zelf initiatief. Je kunt bijvoorbeeld meelopen met een docent of klas, een collega interviewen, vergaderingen bijwonen, schooldocumenten bestuderen en ervaringen uitwisselen met medestudenten. Stem met je werkplekbegeleider af wat er mogelijk is.
03 Het Startgesprek
Bepaal waar je aan gaat werken
Startgesprek
In de eerste maand van je stage voer je een startgesprek met je werkplekbegeleider en een begeleider vanuit de school of opleiding. Het gesprek duurt ongeveer 30 minuten. Samen bespreek je jouw leerdoelen, professionele identiteit en ontwikkeling tot vakbekwaam docent. De centrale vraag in WPL3 is: wie wil ik zijn als leraar?
Ter voorbereiding denk je na over jouw normen en waarden, identiteit als leraar, voorkeur voor een doelgroep en de schoolvisie die bij jou past. Ook formuleer je persoonlijke leerdoelen op pedagogisch, vakdidactisch en professioneel gebied en beschrijf je hoe je daar tijdens het lio-jaar aan wilt werken.
Je verwerkt je voorbereiding in een presentatie, bijvoorbeeld een zelfportret in de vorm van een poster of video. De voorbereiding en uitkomsten van het gesprek plaats je in je groeidossier.
Tijdens de rest van je stage werk je verder aan je leerdoelen. Je ontwikkeling bespreek je tijdens begeleidingsgesprekken en de tussen- en eindevaluatie. Bewijsstukken en reflecties voeg je toe aan je groeidossier.
04 Begeleiding tijdens je stage
Jouw ontwikkeling
Werkplekbegeleider
Op je stageschool krijg je een werkplekbegeleider (wpb). Je werkplekbegeleider ondersteunt je bij het toepassen van wat je tijdens de opleiding leert in de praktijk en begeleidt je op basis van de handleiding voor voltijd- en deeltijdstudenten (zie DOCUMENTEN).
Minimaal één keer per week heb je op een vast moment een individueel begeleidingsgesprek met je wpb. Tijdens deze gesprekken kijk je samen naar je persoonlijke leerdoelen en je ontwikkeling. Daarbij werken jullie met feedup, feedback en feedforward. Je wpb stimuleert daarnaast je onderzoekende houding door met je in gesprek te gaan over je onderzoeksactiviteiten. Aan het einde van je onderzoek is je werkplekbegeleider tweede beoordelaar.
Onderzoeksbegeleider
Naast je werkplekbegeleider krijg je op je stageschool een onderzoeksbegeleider. Deze begeleider is jouw critical friend en helpt je kritisch te kijken naar je onderzoek en je eigen handelen.
Samen formuleer je een passende onderzoeksvraag en plaats je deze in de context van de school, het team of de sectie. Tijdens het onderzoeksproces bespreken jullie regelmatig of je aanpak aansluit bij de rode draad van je onderzoek en of de resultaten overeenkomen met wat je verwachtte.
Je onderzoeksbegeleider geeft feedback tijdens het hele onderzoeksproces en ondersteunt je bij de eindreflectie en discussie. Samen maken jullie duidelijke afspraken over tussentijdse deadlines en inlevermomenten.
05 Het Portfolio
Evalueren en verder ontwikkelen
Het groeidossier
Het groeidossier is een digitaal ontwikkelportfolio waarin je jouw ontwikkeling als student zichtbaar maakt. Je verzamelt hierin een selectie van producten en bewijsstukken die laten zien wat je doet, wat je leert en hoe je je professioneel ontwikkelt.
Je kunt daarbij denken aan:
- lesvoorbereidingen en lesmateriaal;
- producten van leerlingen;
- presentaties en uitgewerkte werkvormen;
- reflecties en feedback;
- vragenlijsten, interviews of andere vormen van evaluatie;
- berichten of reacties van collega’s, medestudenten of andere betrokkenen;
- verantwoordingen waarin je praktijk en theorie met elkaar verbindt;
- foto’s, video- of audiofragmenten van betekenisvolle situaties;
- leerwerk- of ontwikkeltaken;
- andere producten die jouw groei zichtbaar maken.
Het groeidossier geeft onder andere inzicht in je professionele identiteit, reflectie, onderzoekend vermogen, samenwerking, collegialiteit en ontwikkeling in de onderwijspraktijk.
Beoordeling
Het groeidossier wordt niet met een cijfer beoordeeld. Het bijhouden ervan is wel een verplicht onderdeel van je opleiding en hoort bij je professionele ontwikkeling.
Goed om te weten
Zorg ervoor dat je je groeidossier gedurende je stage regelmatig bijwerkt. Kies bewust welke bewijsstukken je opneemt en maak duidelijk wat deze laten zien over jouw ontwikkeling. Gebruik de beschikbare handleidingen en ondersteuningsmaterialen wanneer je hulp nodig hebt bij de inhoudelijke of technische inrichting van je groeidossier.
06 Praktijkonderzoek
Onderzoek je eigen onderzoekspraktijk
Praktijkonderzoek (onderzoekend leren)
Tijdens je stage voer je een praktijkonderzoek uit dat aansluit bij je eigen lespraktijk en de schoolcontext. Je onderzoekt een vraagstuk dat helpt om je eigen handelen beter te begrijpen of de onderwijspraktijk te verbeteren.
Je start hier aan het begin van je stage mee en bespreekt je onderwerp en aanpak met je begeleiders. Je kiest een onderzoeksvraag en werkwijze die passen bij jouw ontwikkeling en de praktijk.
Het onderzoek leidt tot nieuwe inzichten en een concreet beroepsproduct, bijvoorbeeld een lessenreeks, hulpmiddel, advies, stappenplan, observatie-instrument of ander product dat bruikbaar is in het onderwijs.
Aan het einde presenteer je de belangrijkste opbrengsten van je onderzoek. Je sluit het traject af met een beroepsproduct en een verantwoordingsverslag, die worden beoordeeld door je begeleiders.
07 De Tussenevaluatie
Kijk terug en bepaal je volgende stap
Tussenevaluatie
Halverwege je stage bespreek je tijdens de tussenevaluatie met je werkplekbegeleider of schoolopleider en een vertegenwoordiger van de opleiding waar je staat in je ontwikkeling en wat je nodig hebt voor het vervolg.
Ter voorbereiding maak je een persoonlijke leergeschiedenis. Je kiest 3 tot 5 cruciale leermomenten en gebruikt deze om terug te kijken op je ontwikkeling, je professionele identiteit en je doelen voor de toekomst. Daarbij kun je gebruikmaken van je leerdoelen uit het startgesprek, je zelfportret en materiaal uit je groeidossier.
Daarnaast vul je het tussenevaluatieformulier (zie DOCUMENTEN) in en geef je aan hoe je jezelf ontwikkelt binnen de vier bekwaamheidsgebieden. Je werkplekbegeleider vult eveneens een deel in.
De tussenevaluatie levert geen cijfer op. Je ontvangt feedup, feedback en feedforward van je begeleiders. Je leergeschiedenis en de opbrengsten van het gesprek verwerk je in je groeidossier.
08 Eindbeoordeling
Op naar startbekwaamheid
Eindbeoordeling
Aan het einde van je stage vindt de eindbeoordeling plaats. Je voert een gesprek met je werkplekbegeleider en/of schoolopleider en een vertegenwoordiger van de opleiding. Als je wilt, kun je ook andere betrokkenen uitnodigen.
Tijdens het gesprek staat jouw ontwikkeling als docent en je professionele identiteit centraal. Aan de hand van je leergeschiedenis bespreek je 3 tot 5 cruciale momenten uit je stage. Je licht toe wat deze momenten hebben betekend voor jouw ontwikkeling en welke inzichten je meeneemt naar de toekomst.
Voorbereiding
Ter voorbereiding vul je je leergeschiedenis aan met 3 tot 5 belangrijke leermomenten. Dat kunnen zowel succesvolle als lastige ervaringen zijn. Je reflecteert daarbij op:
- welke kernkwaliteiten je hebt ingezet;
- welk netwerk je hebt benut;
- wat deze momenten hebben betekend voor jouw ontwikkeling als leraar;
- welke doelen je voor de toekomst hebt.
Kijk daarbij ook terug naar je leerdoelen uit de tussenevaluatie en naar eerdere bijdragen in je groeidossier.
Beoordeling
Vooraf beschrijft je werkplekbegeleider jouw ontwikkeling per bekwaamheidsgebied en stellen je begeleiders een voorlopig eindcijfer vast. Na het gesprek bepalen zij het definitieve cijfer.
Je ontvangt één totaalcijfer voor je:
- vakinhoudelijke bekwaamheid;
- vakdidactische bekwaamheid;
- pedagogische bekwaamheid;
- professionele basis.
Bij een 6 of hoger heb je de stage behaald.
Is je eindcijfer onvoldoende, dan heb je meer tijd nodig om je verder te ontwikkelen. Je verwerkt de uitkomsten van het eindgesprek, je doelen voor de korte en lange termijn en je vervolgstappen in je leergeschiedenis.
Na de eindbeoordeling
Na afloop dien je een beoordelingsverzoek in en voeg je het gespreksverslag en de eindbeoordeling toe aan je groeidossier. Je definitieve beoordeling wordt vervolgens door je werkplekbegeleider of schoolopleider doorgegeven aan de opleiding.
09 Evaluatie
Evaluatie werkplekleren
Aan het einde van je stage geef je feedback op het werkplekleren. Je ontvangt hiervoor een anonieme vragenlijst via de HBO-spiegel en wordt uitgenodigd voor een gezamenlijk evaluatiemoment op school. Daar kun je de vragenlijst invullen en je ervaringen bespreken met andere studenten.
Wil je eerder feedback geven? Dan kun je altijd terecht bij je werkplekbegeleider, schoolopleider of instituutsopleider.
Stop je voortijdig met je stage, dan vindt er een afsluitend gesprek plaats waarin je eveneens feedback kunt geven op het werkplekleren.
Waar je stage kunt lopen
Tien scholen in Ede, Veenendaal, Wageningen, Kesteren en Rhenen.