Samen Opleiden
Informatie voor studenten en werkplekbegeleiders
Samen Opleiden bij de Gelderse Onderwijsvallei
Leraar worden leer je vooral door het te doen. Daarom werken de instituten en de scholen van de Gelderse Onderwijsvallei intensief samen aan jouw ontwikkeling. Theorie en praktijk komen vanaf het begin samen.
Vertrouwen, verbinding en verantwoordelijkheid staan daarbij centraal. Je krijgt de ruimte om te oefenen, te ontdekken en steeds zelfstandiger voor de klas te staan. Samen met je begeleiders werk je aan de bekwaamheidseisen en groei je stap voor stap naar startbekwaamheid.
Zo word je opgeleid in een krachtige leeromgeving waarin goede begeleiding, feedback en kwaliteit vooropstaan.
Kies eerst een instituut en type stage
Selecteer eerst je instituut en je type stage
Werkplekleren 1, leerjaar 1
Tijdens het eerste jaar van de lerarenopleiding oriënteer je je op het beroep van docent. De centrale vraag is: kan en wil ik leraar worden? Om het antwoord te ontdekken doe je ervaring op in de praktijk, tijdens een stage van 16 weken op donderdag, alleen of met een medestudent. Daarnaast volg je elke vrijdagochtend groepsbijeenkomsten op één van de opleidingsscholen.
Een goede start begint met kennismaken
Voor de start van je stage plan je samen met je eventuele medestudent een kennismakingsgesprek met je werkplekbegeleider of schoolopleider. Je maakt kennis met de school, bespreekt praktische zaken en maakt afspraken over de begeleiding. Ter voorbereiding denk je na over jouw belangrijkste aandachtspunten, wat die zeggen over jou als lerende en welke ondersteuning je nodig hebt. Ook bepaal je hoe en bij wie je jouw begeleidingsbehoefte kenbaar maakt.
Ontdek je stageschool
Je stage begint met een oriëntatiefase waarin je actief onderzoekt hoe jouw stageschool werkt. Je kijkt onder andere naar de visie, doelgroep, samenwerking en organisatie van de school. Door te observeren, vragen te stellen en activiteiten te ondernemen bereid je je voor op het startgesprek in week 3. De begeleiders van de GOV en de HAN ondersteunen je daarbij met praktische handvatten die je direct tijdens je stage kunt gebruiken.
Bepaal waar jij aan wilt werken
In week 3 voer je een startgesprek met je begeleiders. Samen bespreek je wie je bent als lerende, waar je naartoe wilt en welke leerdoelen daarbij passen. Je bereidt het gesprek voor met een korte presentatie en gebruikt je eerste ervaringen op school als input. Tijdens je stage werk je verder aan je leerdoelen en kijk je tussentijds samen terug op je ontwikkeling.
Jouw ontwikkeling
Tijdens je stage word je begeleid door een werkplekbegeleider en je begeleider van de GOV en de HAN. Je werkplekbegeleider helpt je om ervaringen uit de praktijk te onderzoeken, erop te reflecteren en je eigen manier van lesgeven te ontwikkelen. De begeleiders van de HAN en de GOV bewaken de kwaliteit van je leerplek en ondersteunen bij algemene vragen en evaluatiemomenten. Zelf neem je verantwoordelijkheid voor je leerproces door doelen te stellen, actief feedback te verzamelen en je portfolio goed bij te houden.
Leer met en van anderen
Tijdens je stage leer je niet alleen op je eigen werkplek, maar ook samen met andere studenten en begeleiders van de GOV en de HAN. Op de vrijdag kom je bij elkaar, steeds op een andere locatie. Je wisselt ervaringen uit, bespreekt onderwijskundige thema’s en werkt gericht aan je persoonlijke leerdoelen. Door bij anderen te kijken en verschillende scholen en onderwijspraktijken te ontdekken, verbreed je je blik. Zo ontwikkel je stap voor stap jouw eigen professionele identiteit als docent.
Maak je groei zichtbaar
Met je portfolio houd je zicht op je ontwikkeling en leer je steeds meer zelf de regie te nemen. Je verzamelt relevante ervaringen en feedback en gebruikt die om keuzes te maken in je leerproces. Door vragen te stellen, feedback te vragen en daarop te reflecteren, ontdek je waar je staat en wat je volgende stap is. Zo werk je gericht aan jouw ontwikkeling als leraar en aan een leven lang leren.
Kijk terug en bepaal je volgende stap
Halverwege je stage bespreek je samen met je werkplekbegeleider en coach hoe je ontwikkeling verloopt. Je kijkt terug op je ervaringen, bespreekt waar je staat binnen de leeruitkomsten en bepaalt waar je verder aan wilt werken. Vooraf bereid je een korte presentatie en feedback voor. De opbrengsten en je nieuwe leerdoelen leg je vast in je portfolio.
Laat zien wat je hebt geleerd
Aan het einde van je stage bespreek je samen met je begeleiders jouw ontwikkeling. Tijdens het eindgesprek wordt de leeruitkomst positief leerklimaat beoordeeld en krijg je feedback op de andere leeruitkomsten. Zo krijg je een duidelijk beeld van wat je al beheerst en waar je je verder in kunt ontwikkelen. De overige beoordeling vindt na je stage plaats bij de HAN.
Help het werkplekleren te verbeteren
Aan het einde van je stage krijg je de ruimte om jouw ervaringen met het werkplekleren te delen. Je vult een anonieme vragenlijst in en bespreekt tijdens een evaluatiemoment wat goed ging en wat beter kan. Wil je eerder feedback geven, dan kun je altijd terecht bij je werkplekbegeleider, schoolopleider of instituutsopleider. Zo draag jij bij aan de verdere verbetering van het werkplekleren.
Werkplekleren 2a, leerjaar 2
Tijdens het tweede jaar van je opleiding ontwikkel je jezelf als leraar, vooral op pedagogisch-didactisch gebied. Je doorloopt een begeleide stage van acht weken op dezelfde stageschool, samen met een medestudent. Op maandag en dinsdag geef je daar een aantal (deel)lessen en voer je andere onderwijsactiviteiten uit. Tijdens het jaar laat je zien dat je jouw handelen in de lespraktijk onderzoekt, ter discussie stelt en eventueel aanpast.
Een goede start begint met kennismaken
Kennismakingsgesprek
Ruim voor de start van je stage word je uitgenodigd voor een kennismakingsgesprek op je stageschool. Je maakt kennis met je begeleiders en bespreekt samen hoe je stage eruit gaat zien. Denk aan de klassen waarin je lesgeeft, de begeleiding, stagedagen, lesmaterialen, lesvoorbereidingen en het startgesprek. Meestal voer je dit gesprek samen met je medestudent.
Voorbereiding
Bereid je goed voor door de website van de school te bekijken en na te denken over wat jij nodig hebt om goed te kunnen leren tijdens je stage. Vul hiervoor de lijst met aandachtspunten (zie DOCUMENTEN) in en deel deze met je werkplekbegeleider.
Denk daarnaast na over deze vragen:
- Wat zijn mijn drie belangrijkste aandachtspunten?
- Wat zeggen die over mij als lerende?
- Wat heb ik nodig van mijn begeleider?
- Hoe ziet passende begeleiding voor mij eruit?
- Hoe en bij wie geef ik aan wat ik nodig heb?
De ingevulde lijst is geen beoordeling, maar een hulpmiddel om vanaf het begin passende begeleiding af te spreken.
Ontdek je stageschool
Oriëntatiefase
Je stage start met een oriëntatiefase. Tot aan het startgesprek in week 2 of 3 onderzoek je actief hoe de school werkt. Je kijkt onder andere naar de visie van de school, de doelgroep, de samenwerking tussen collega’s en de organisatie.
Om hier een goed beeld van te krijgen, neem je zelf initiatief. Je kunt bijvoorbeeld meelopen met een docent of klas, een collega interviewen, vergaderingen bijwonen, schooldocumenten bestuderen en ervaringen uitwisselen met medestudenten. Stem met je werkplekbegeleider af wat er mogelijk is.
Bepaal waar je aan gaat werken
Startgesprek
In week 2 of 3 plan je zelf het startgesprek met je werkplekbegeleider en een begeleider vanuit de opleiding of school. Samen bepalen jullie wat je wilt leren, wanneer je tevreden bent en welke stappen je daarvoor gaat zetten.
Je staat daarbij stil bij wie je bent, je kwaliteiten, het soort docent dat je wilt worden, je leeropbrengsten, de maat en je leerweg.
Ter voorbereiding maak je een presentatie van 5 tot 10 minuten. Gebruik daarbij je ervaringen uit de eerste stageweken, de beoordeling van je vorige stage, de missie en visie van de school, de leeruitkomsten en de bijbehorende evaluatieformulieren. Na je presentatie stellen je begeleiders verdiepende vragen.
Je neemt de voorbereiding en opbrengsten van het gesprek op in je portfolio. Tijdens de tussen- en eindevaluatie kijk je samen met je begeleiders terug op de afspraken en je ontwikkeling.
Jouw ontwikkeling
Begeleiding tijdens je stage
Op je stageschool krijg je een werkplekbegeleider die je ondersteunt bij het ontwikkelen van jouw eigen manier van lesgeven. Minimaal één keer per week hebben jullie een coachgesprek. Daarin bespreek je je leerdoelen, ervaringen in de les, samenwerking met anderen, onderzoeksactiviteiten en je ontwikkeling op de leeruitkomsten. Je krijgt daarbij feedup, feedback en feedforward en leert theorie, praktijk en persoonlijke ontwikkeling met elkaar te verbinden.
Voor schoolgerelateerde vragen kun je terecht bij de schoolopleider. Ook is er een instituutsopleider vanuit je opleiding betrokken bij je ontwikkeling.
Je bent zelf medeverantwoordelijk voor je begeleiding. Maak daarom duidelijk wat je wilt leren, welke feedback je nodig hebt en hoe je die gaat gebruiken. Zorg daarnaast dat je je portfolio bijhoudt, afspraken nakomt en goed voorbereid op je stage verschijnt.
Evalueren en ontwikkelen
Het Groeidossier
Het groeidossier is jouw digitale ontwikkelportfolio in eJournal. Hierin verzamel je bewijsstukken die laten zien hoe jij je tijdens de opleiding ontwikkelt als docent. Denk aan lesvoorbereidingen, leerlingproducten, presentaties, reflecties, feedback, onderzoeksactiviteiten en beeld- of audiomateriaal.
Kies vooral producten die zichtbaar maken wat je hebt gedaan, wat je hebt geleerd en hoe je je ontwikkelt op gebieden als professionele identiteit, reflectie, onderzoekend vermogen, samenwerking en leidinggeven.
Het groeidossier krijgt geen cijfer, maar het bijhouden ervan is wel verplicht en hoort bij je professionele houding. In de handleiding van eJournal vind je meer informatie over de inhoudelijke en technische kant van het portfolio.
Kijk terug en bepaal je volgende stap
Tussenevaluatie
Halverwege je stage vindt de tussenevaluatie plaats met je werkplekbegeleider en een begeleider vanuit de opleiding of school. In ongeveer een half uur kijk je terug op je ontwikkeling, bespreek je waar je nu staat en bepaal je waar je de tweede helft van je stage aan wilt werken.
Ter voorbereiding kijk je terug naar de leeruitkomsten en afspraken uit het startgesprek en vul je het formulier TE/EE in (zie DOCUMENTEN) . Je werkplekbegeleider vult ook een deel in. Tijdens het gesprek ontvang je feedback en hoor je of er voldoende vertrouwen is dat je de stage succesvol kunt afronden.
De tussenevaluatie krijgt geen cijfer. Je plaatst het ingevulde formulier en een kort gespreksverslag in je portfolio. Daarna werk je verder aan je leerdoelen voor de tweede helft van je stage.
Laat zien wat je hebt geleerd
Eindbeoordeling
Je sluit je stage af met de eindbeoordeling. In een gesprek van ongeveer 45 minuten bespreek je samen met je werkplekbegeleider en een begeleider vanuit de opleiding of school jouw ontwikkeling op de leeruitkomsten.
Ter voorbereiding vul je het beoordelingsformulier (zie DOCUMENTEN) in en beschrijf je per leeruitkomst je groei. Als je wilt, kun je het gesprek starten met een korte presentatie waarin je jouw ontwikkeling laat zien aan de hand van voorbeelden. Je werkplekbegeleider vult vooraf ook het beoordelingsformulier in.
Tijdens het gesprek stellen je begeleiders verdiepende vragen over jouw ontwikkeling en de ingevulde formulieren. Na afloop bepalen zij je eindcijfer. Je weet vooraf al of je de stage met een voldoende of onvoldoende afsluit.
Help het werkplekleren te verbeteren
Evaluatie werkplekleren
Aan het einde van je stage geef je feedback op het werkplekleren. Je ontvangt hiervoor een anonieme vragenlijst via de HBO-spiegel en wordt uitgenodigd voor een gezamenlijk evaluatiemoment op school. Daar kun je de vragenlijst invullen en je ervaringen bespreken met andere studenten.
Wil je eerder feedback geven? Dan kun je altijd terecht bij je werkplekbegeleider, schoolopleider of instituutsopleider.
Stop je voortijdig met je stage, dan vindt er een afsluitend gesprek plaats waarin je eveneens feedback kunt geven op het werkplekleren.
Werkplekleren 2b, leerjaar 3 en leerjaar 2 DT
Tijdens het derde jaar van je opleiding (of tijdens het 2e jaar voor de deeltijders) bereid je je voor op de eindfase, en dus op zelfstandig lesgeven. Je diept je pedagogisch-didactische vaardigheden verder uit en bouwt aan je vakkennis. Daarvoor doorloop je opnieuw twee begeleide stages van acht weken op dezelfde school, samen met een medestudent. De stagedagen zijn dinsdag en donderdag.
Een goede start begint met kennismaken
Kennismakingsgesprek
Ruim voor de start van je stage word je uitgenodigd voor een kennismakingsgesprek op je stageschool. Je maakt kennis met je begeleiders en bespreekt samen hoe je stage eruit gaat zien. Denk aan de klassen waarin je lesgeeft, de begeleiding, stagedagen, lesmaterialen, lesvoorbereidingen en het startgesprek. Meestal voer je dit gesprek samen met je medestudent.
Voorbereiding
Bereid je goed voor door de website van de school te bekijken en na te denken over wat jij nodig hebt om goed te kunnen leren tijdens je stage. Vul hiervoor de lijst met aandachtspunten (zie DOCUMENTEN) in en deel deze met je werkplekbegeleider.
Denk daarnaast na over deze vragen:
- Wat zijn mijn drie belangrijkste aandachtspunten?
- Wat zeggen die over mij als lerende?
- Wat heb ik nodig van mijn begeleider?
- Hoe ziet passende begeleiding voor mij eruit?
- Hoe en bij wie geef ik aan wat ik nodig heb?
De ingevulde lijst is geen beoordeling, maar een hulpmiddel om vanaf het begin passende begeleiding af te spreken.
Oriëntatiefase
Oriëntatiefase
Je stage start met een oriëntatiefase. Tot aan het startgesprek in week 2 of 3 onderzoek je actief hoe de school werkt. Je kijkt onder andere naar de visie van de school, de doelgroep, de samenwerking tussen collega’s en de organisatie.
Om hier een goed beeld van te krijgen, neem je zelf initiatief. Je kunt bijvoorbeeld meelopen met een docent of klas, een collega interviewen, vergaderingen bijwonen, schooldocumenten bestuderen en ervaringen uitwisselen met medestudenten. Stem met je werkplekbegeleider af wat er mogelijk is.
Bepaal waar je aan gaat werken
Startgesprek
In week 2 of 3 plan je zelf het startgesprek met je werkplekbegeleider en een begeleider vanuit de opleiding of school. Samen bepalen jullie wat je wilt leren, wanneer je tevreden bent en welke stappen je daarvoor gaat zetten.
Je staat daarbij stil bij wie je bent, je kwaliteiten, het soort docent dat je wilt worden, je leeropbrengsten, de maat en je leerweg.
Ter voorbereiding maak je een presentatie van 5 tot 10 minuten. Gebruik daarbij je ervaringen uit de eerste stageweken, de beoordeling van je vorige stage, de missie en visie van de school, de leeruitkomsten en de bijbehorende evaluatieformulieren. Na je presentatie stellen je begeleiders verdiepende vragen.
Je neemt de voorbereiding en opbrengsten van het gesprek op in je portfolio. Tijdens de tussen- en eindevaluatie kijk je samen met je begeleiders terug op de afspraken en je ontwikkeling.
Jouw ontwikkeling
Begeleiding tijdens je stage
Op je stageschool krijg je een werkplekbegeleider die je ondersteunt bij het ontwikkelen van jouw eigen manier van lesgeven. Minimaal één keer per week hebben jullie een coachgesprek. Daarin bespreek je je leerdoelen, ervaringen in de les, samenwerking met anderen, onderzoeksactiviteiten en je ontwikkeling op de leeruitkomsten. Je krijgt daarbij feedup, feedback en feedforward en leert theorie, praktijk en persoonlijke ontwikkeling met elkaar te verbinden.
Voor schoolgerelateerde vragen kun je terecht bij de schoolopleider. Ook is er een instituutsopleider vanuit je opleiding betrokken bij je ontwikkeling.
Je bent zelf medeverantwoordelijk voor je begeleiding. Maak daarom duidelijk wat je wilt leren, welke feedback je nodig hebt en hoe je die gaat gebruiken. Zorg daarnaast dat je je portfolio bijhoudt, afspraken nakomt en goed voorbereid op je stage verschijnt.
Evalueren en ontwikkelen
Het Groeidossier
Het groeidossier is jouw digitale ontwikkelportfolio in eJournal. Hierin verzamel je bewijsstukken die laten zien hoe jij je tijdens de opleiding ontwikkelt als docent. Denk aan lesvoorbereidingen, leerlingproducten, presentaties, reflecties, feedback, onderzoeksactiviteiten en beeld- of audiomateriaal.
Kies vooral producten die zichtbaar maken wat je hebt gedaan, wat je hebt geleerd en hoe je je ontwikkelt op gebieden als professionele identiteit, reflectie, onderzoekend vermogen, samenwerking en leidinggeven.
Het groeidossier krijgt geen cijfer, maar het bijhouden ervan is wel verplicht en hoort bij je professionele houding. In de handleiding van eJournal vind je meer informatie over de inhoudelijke en technische kant van het portfolio.
Kijk terug en bepaal je volgende stap
Tussenevaluatie
Halverwege je stage word je uitgenodigd voor de tussenevaluatie. In dit gesprek met je werkplekbegeleider en een begeleider vanuit de school of opleiding kijk je terug op je ontwikkeling, bespreek je waar je nu staat en bepaal je waar je in de tweede helft van je stage aan wilt werken.
Ter voorbereiding kijk je terug naar de leeruitkomsten uit het startgesprek en vul je het passende tussenevaluatieformulier (zie DOCUMENTEN) in. Je werkplekbegeleider vult ook een deel van het formulier in. Tijdens het gesprek ontvang je feedback en bespreek je of er vertrouwen is dat je de stage voldoende kunt afronden.
De tussenevaluatie is formatief en levert dus geen cijfer op. Na afloop plaats je het ingevulde formulier en een kort gespreksverslag in eJournal. Vervolgens werk je verder aan je leerdoelen voor de tweede helft van je stage.
Laat zien wat je hebt geleerd
Eindbeoordeling
Je sluit je stage af met de eindbeoordeling: een gesprek van ongeveer 45 minuten met je werkplekbegeleider en een begeleider vanuit de school of opleiding. Je maakt hiervoor zelf een afspraak of wordt uitgenodigd door de school- of instituutsopleider.
Het gesprek begint met een presentatie van 10 tot 15 minuten. Op basis van je portfolio kies je 1 tot 3 belangrijke groeimomenten uit waarmee je laat zien hoe je je de afgelopen twee jaar hebt ontwikkeld. Ook benoem je je leerdoelen voor de toekomst. De vorm van de presentatie bepaal je zelf. Daarna stellen je begeleiders verhelderende en verdiepende vragen.
Voorbereiding en beoordeling
Vooraf beschrijft je werkplekbegeleider jouw ontwikkeling per leeruitkomst op het beoordelingsformulier (zie DOCUMENTEN). Je begeleiders bepalen op basis daarvan een voorlopig eindcijfer. Dit cijfer krijg je nog niet te horen, maar je weet vóór het gesprek wel of je stage als voldoende of onvoldoende wordt beoordeeld.
Bij een onvoldoende mag je zelf kiezen of je de presentatie nog geeft. Kies je ervoor dit niet te doen, dan bespreek je tijdens het gesprek waarom je denkt dat je de stage niet voldoende hebt kunnen afronden.
Na het gesprek bepalen je begeleiders het definitieve eindcijfer. De beoordeling van je presentatie telt hierin mee. Het definitieve cijfer mag maximaal 1,0 punt afwijken van het voorlopige cijfer. Een voorlopige voldoende kan daarbij geen onvoldoende worden en een voorlopige onvoldoende kan niet worden omgezet in een voldoende.
Na de eindbeoordeling
Na het gesprek:
- dien je een beoordelingsverzoek in via Handin;
- plaats je het gespreksverslag en je eindbeoordeling in eJournal;
- wordt je definitieve beoordeling door je werkplekbegeleider of schoolopleider per e-mail doorgestuurd naar je instituutsopleider.
In de handleidingen voor voltijd- en deeltijdstudenten vind je de volledige procedure en aanvullende informatie over de eindbeoordeling.
Help het werkplekleren te verbeteren
Aan het einde van je stage geef je feedback op het werkplekleren. Je ontvangt hiervoor een anonieme vragenlijst via de HBO-spiegel en wordt uitgenodigd voor een gezamenlijk evaluatiemoment op school. Daar kun je de vragenlijst invullen en je ervaringen bespreken met andere studenten.
Wil je eerder feedback geven? Dan kun je altijd terecht bij je werkplekbegeleider, schoolopleider of instituutsopleider.
Stop je voortijdig met je stage, dan vindt er een afsluitend gesprek plaats waarin je eveneens feedback kunt geven op het werkplekleren.
WPL3 VT en DT
WPL3 is de eindfase van je opleiding, waarin je vooral inzet op de ontwikkeling van je professionele identiteit. Daarnaast groei je op vakinhoudelijk, vakdidactisch en pedagogisch gebied uit tot vakbekwaam docent. Je loopt 40 weken lang 3 dagen per week stage en doet een eigen onderzoek.
Een goede start begint met kennismaken
Kennismakingsgesprek
Ruim voor de start van je stage word je uitgenodigd voor een kennismakingsgesprek op je stageschool. Je maakt kennis met je begeleiders en bespreekt samen hoe je stage eruit gaat zien. Denk aan de klassen waarin je lesgeeft, de begeleiding, stagedagen, lesmaterialen, lesvoorbereidingen en het startgesprek. Meestal voer je dit gesprek samen met je medestudent.
Voorbereiding
Bereid je goed voor door de website van de school te bekijken en na te denken over wat jij nodig hebt om goed te kunnen leren tijdens je stage. Vul hiervoor de lijst met aandachtspunten (zie DOCUMENTEN) in en deel deze met je werkplekbegeleider.
Denk daarnaast na over deze vragen:
- Wat zijn mijn drie belangrijkste aandachtspunten?
- Wat zeggen die over mij als lerende?
- Wat heb ik nodig van mijn begeleider?
- Hoe ziet passende begeleiding voor mij eruit?
- Hoe en bij wie geef ik aan wat ik nodig heb?
De ingevulde lijst is geen beoordeling, maar een hulpmiddel om vanaf het begin passende begeleiding af te spreken.
Ontdek je stageschool
Oriëntatiefase
Je stage start met een oriëntatiefase. Tot aan het startgesprek in week 2 of 3 onderzoek je actief hoe de school werkt. Je kijkt onder andere naar de visie van de school, de doelgroep, de samenwerking tussen collega’s en de organisatie.
Om hier een goed beeld van te krijgen, neem je zelf initiatief. Je kunt bijvoorbeeld meelopen met een docent of klas, een collega interviewen, vergaderingen bijwonen, schooldocumenten bestuderen en ervaringen uitwisselen met medestudenten. Stem met je werkplekbegeleider af wat er mogelijk is.
Bepaal waar je aan gaat werken
Startgesprek
In de eerste maand van je stage voer je een startgesprek met je werkplekbegeleider en een begeleider vanuit de school of opleiding. Het gesprek duurt ongeveer 30 minuten. Samen bespreek je jouw leerdoelen, professionele identiteit en ontwikkeling tot vakbekwaam docent. De centrale vraag in WPL3 is: wie wil ik zijn als leraar?
Ter voorbereiding denk je na over jouw normen en waarden, identiteit als leraar, voorkeur voor een doelgroep en de schoolvisie die bij jou past. Ook formuleer je persoonlijke leerdoelen op pedagogisch, vakdidactisch en professioneel gebied en beschrijf je hoe je daar tijdens het lio-jaar aan wilt werken.
Je verwerkt je voorbereiding in een presentatie, bijvoorbeeld een zelfportret in de vorm van een poster of video. De voorbereiding en uitkomsten van het gesprek plaats je in je groeidossier.
Tijdens de rest van je stage werk je verder aan je leerdoelen. Je ontwikkeling bespreek je tijdens begeleidingsgesprekken en de tussen- en eindevaluatie. Bewijsstukken en reflecties voeg je toe aan je groeidossier.
Jouw ontwikkeling
Werkplekbegeleider
Op je stageschool krijg je een werkplekbegeleider (wpb). Je werkplekbegeleider ondersteunt je bij het toepassen van wat je tijdens de opleiding leert in de praktijk en begeleidt je op basis van de handleiding voor voltijd- en deeltijdstudenten (zie DOCUMENTEN).
Minimaal één keer per week heb je op een vast moment een individueel begeleidingsgesprek met je wpb. Tijdens deze gesprekken kijk je samen naar je persoonlijke leerdoelen en je ontwikkeling. Daarbij werken jullie met feedup, feedback en feedforward. Je wpb stimuleert daarnaast je onderzoekende houding door met je in gesprek te gaan over je onderzoeksactiviteiten. Aan het einde van je onderzoek is je werkplekbegeleider tweede beoordelaar.
Onderzoeksbegeleider
Naast je werkplekbegeleider krijg je op je stageschool een onderzoeksbegeleider. Deze begeleider is jouw critical friend en helpt je kritisch te kijken naar je onderzoek en je eigen handelen.
Samen formuleer je een passende onderzoeksvraag en plaats je deze in de context van de school, het team of de sectie. Tijdens het onderzoeksproces bespreken jullie regelmatig of je aanpak aansluit bij de rode draad van je onderzoek en of de resultaten overeenkomen met wat je verwachtte.
Je onderzoeksbegeleider geeft feedback tijdens het hele onderzoeksproces en ondersteunt je bij de eindreflectie en discussie. Samen maken jullie duidelijke afspraken over tussentijdse deadlines en inlevermomenten.
Evalueren en verder ontwikkelen
Het groeidossier
Het groeidossier is een digitaal ontwikkelportfolio waarin je jouw ontwikkeling als student zichtbaar maakt. Je verzamelt hierin een selectie van producten en bewijsstukken die laten zien wat je doet, wat je leert en hoe je je professioneel ontwikkelt.
Je kunt daarbij denken aan:
- lesvoorbereidingen en lesmateriaal;
- producten van leerlingen;
- presentaties en uitgewerkte werkvormen;
- reflecties en feedback;
- vragenlijsten, interviews of andere vormen van evaluatie;
- berichten of reacties van collega’s, medestudenten of andere betrokkenen;
- verantwoordingen waarin je praktijk en theorie met elkaar verbindt;
- foto’s, video- of audiofragmenten van betekenisvolle situaties;
- leerwerk- of ontwikkeltaken;
- andere producten die jouw groei zichtbaar maken.
Het groeidossier geeft onder andere inzicht in je professionele identiteit, reflectie, onderzoekend vermogen, samenwerking, collegialiteit en ontwikkeling in de onderwijspraktijk.
Beoordeling
Het groeidossier wordt niet met een cijfer beoordeeld. Het bijhouden ervan is wel een verplicht onderdeel van je opleiding en hoort bij je professionele ontwikkeling.
Goed om te weten
Zorg ervoor dat je je groeidossier gedurende je stage regelmatig bijwerkt. Kies bewust welke bewijsstukken je opneemt en maak duidelijk wat deze laten zien over jouw ontwikkeling. Gebruik de beschikbare handleidingen en ondersteuningsmaterialen wanneer je hulp nodig hebt bij de inhoudelijke of technische inrichting van je groeidossier.
Onderzoek je eigen onderzoekspraktijk
Praktijkonderzoek (onderzoekend leren)
Tijdens je stage voer je een praktijkonderzoek uit dat aansluit bij je eigen lespraktijk en de schoolcontext. Je onderzoekt een vraagstuk dat helpt om je eigen handelen beter te begrijpen of de onderwijspraktijk te verbeteren.
Je start hier aan het begin van je stage mee en bespreekt je onderwerp en aanpak met je begeleiders. Je kiest een onderzoeksvraag en werkwijze die passen bij jouw ontwikkeling en de praktijk.
Het onderzoek leidt tot nieuwe inzichten en een concreet beroepsproduct, bijvoorbeeld een lessenreeks, hulpmiddel, advies, stappenplan, observatie-instrument of ander product dat bruikbaar is in het onderwijs.
Aan het einde presenteer je de belangrijkste opbrengsten van je onderzoek. Je sluit het traject af met een beroepsproduct en een verantwoordingsverslag, die worden beoordeeld door je begeleiders.
Kijk terug en bepaal je volgende stap
Tussenevaluatie
Halverwege je stage bespreek je tijdens de tussenevaluatie met je werkplekbegeleider of schoolopleider en een vertegenwoordiger van de opleiding waar je staat in je ontwikkeling en wat je nodig hebt voor het vervolg.
Ter voorbereiding maak je een persoonlijke leergeschiedenis. Je kiest 3 tot 5 cruciale leermomenten en gebruikt deze om terug te kijken op je ontwikkeling, je professionele identiteit en je doelen voor de toekomst. Daarbij kun je gebruikmaken van je leerdoelen uit het startgesprek, je zelfportret en materiaal uit je groeidossier.
Daarnaast vul je het tussenevaluatieformulier (zie DOCUMENTEN) in en geef je aan hoe je jezelf ontwikkelt binnen de vier bekwaamheidsgebieden. Je werkplekbegeleider vult eveneens een deel in.
De tussenevaluatie levert geen cijfer op. Je ontvangt feedup, feedback en feedforward van je begeleiders. Je leergeschiedenis en de opbrengsten van het gesprek verwerk je in je groeidossier.
Op naar startbekwaamheid
Eindbeoordeling
Aan het einde van je stage vindt de eindbeoordeling plaats. Je voert een gesprek met je werkplekbegeleider en/of schoolopleider en een vertegenwoordiger van de opleiding. Als je wilt, kun je ook andere betrokkenen uitnodigen.
Tijdens het gesprek staat jouw ontwikkeling als docent en je professionele identiteit centraal. Aan de hand van je leergeschiedenis bespreek je 3 tot 5 cruciale momenten uit je stage. Je licht toe wat deze momenten hebben betekend voor jouw ontwikkeling en welke inzichten je meeneemt naar de toekomst.
Voorbereiding
Ter voorbereiding vul je je leergeschiedenis aan met 3 tot 5 belangrijke leermomenten. Dat kunnen zowel succesvolle als lastige ervaringen zijn. Je reflecteert daarbij op:
- welke kernkwaliteiten je hebt ingezet;
- welk netwerk je hebt benut;
- wat deze momenten hebben betekend voor jouw ontwikkeling als leraar;
- welke doelen je voor de toekomst hebt.
Kijk daarbij ook terug naar je leerdoelen uit de tussenevaluatie en naar eerdere bijdragen in je groeidossier.
Beoordeling
Vooraf beschrijft je werkplekbegeleider jouw ontwikkeling per bekwaamheidsgebied en stellen je begeleiders een voorlopig eindcijfer vast. Na het gesprek bepalen zij het definitieve cijfer.
Je ontvangt één totaalcijfer voor je:
- vakinhoudelijke bekwaamheid;
- vakdidactische bekwaamheid;
- pedagogische bekwaamheid;
- professionele basis.
Bij een 6 of hoger heb je de stage behaald.
Is je eindcijfer onvoldoende, dan heb je meer tijd nodig om je verder te ontwikkelen. Je verwerkt de uitkomsten van het eindgesprek, je doelen voor de korte en lange termijn en je vervolgstappen in je leergeschiedenis.
Na de eindbeoordeling
Na afloop dien je een beoordelingsverzoek in en voeg je het gespreksverslag en de eindbeoordeling toe aan je groeidossier. Je definitieve beoordeling wordt vervolgens door je werkplekbegeleider of schoolopleider doorgegeven aan de opleiding.
Evaluatie werkplekleren
Aan het einde van je stage geef je feedback op het werkplekleren. Je ontvangt hiervoor een anonieme vragenlijst via de HBO-spiegel en wordt uitgenodigd voor een gezamenlijk evaluatiemoment op school. Daar kun je de vragenlijst invullen en je ervaringen bespreken met andere studenten.
Wil je eerder feedback geven? Dan kun je altijd terecht bij je werkplekbegeleider, schoolopleider of instituutsopleider.
Stop je voortijdig met je stage, dan vindt er een afsluitend gesprek plaats waarin je eveneens feedback kunt geven op het werkplekleren.
Eenjarige Educatieve Master
De eenjarige educatieve master van de Radboud Docenten Academie is een post-master die je volgt nadat je een vakmaster hebt afgerond. In één jaar word je opgeleid tot eerstegraads docent voor het mbo, voortgezet onderwijs of volwassenenonderwijs.
In het eerste semester loop je twee begeleide stages. In het tweede semester volg je twee stages waarin je steeds zelfstandiger werkt.
Een goede start begint met kennismaken
Kennismakingsgesprek
Ruim voor de start van je stage word je uitgenodigd voor een kennismakingsgesprek op je stageschool. Je maakt kennis met je begeleiders en bespreekt samen hoe je stage eruit gaat zien. Denk aan de klassen waarin je lesgeeft, de begeleiding, stagedagen, lesmaterialen, lesvoorbereidingen en het startgesprek. Soms voer je dit gesprek samen met je medestudent.
- Start je in september? Plan het kennismakingsgesprek in juni of juli.
- Start je in februari? Plan het kennismakingsgesprek in december of januari.
Voorbereiding
Bereid je goed voor door de website van de school te bekijken en na te denken over wat jij nodig hebt om goed te kunnen leren tijdens je stage. Vul hiervoor de lijst met aandachtspunten (zie DOCUMENTEN) in en deel deze met je werkplekbegeleider.
Denk daarnaast na over deze vragen:
- Wat zijn mijn drie belangrijkste aandachtspunten?
- Wat zeggen die over mij als lerende?
- Wat heb ik nodig van mijn begeleider?
- Hoe ziet passende begeleiding voor mij eruit?
- Hoe en bij wie geef ik aan wat ik nodig heb?
De ingevulde lijst is geen beoordeling, maar een hulpmiddel om vanaf het begin passende begeleiding af te spreken.
Ontdek je stageschool
Oriëntatiefase
Je stage start met een oriëntatiefase. Tot aan het startgesprek in week 2 of 3 onderzoek je actief hoe de school werkt. Je kijkt onder andere naar de visie van de school, de doelgroep, de samenwerking tussen collega’s en de organisatie.
Om hier een goed beeld van te krijgen, neem je zelf initiatief. Je kunt bijvoorbeeld meelopen met een docent of klas, een collega interviewen, vergaderingen bijwonen, schooldocumenten bestuderen en ervaringen uitwisselen met medestudenten. Stem met je werkplekbegeleider af wat er mogelijk is.
Bepaal waar je aan gaat werken
Startgesprek
In week 2 of 3 van je eerste begeleide stage voer je een startgesprek met je werkplekbegeleider en een begeleider vanuit de school of opleiding. Samen bespreek je wie je bent, wat voor docent je wilt worden, waar je naartoe wilt werken en welke stappen daarvoor nodig zijn. Het gesprek duurt ongeveer 45 minuten.
Ter voorbereiding maak je een presentatie van 5 tot 10 minuten waarin je laat zien:
- wie je bent als persoon, inclusief je kwaliteiten en valkuilen;
- hoe jij naar het beroep van docent kijkt en waarom je docent wilt worden;
- wat je tijdens je oriëntatie hebt ontdekt en waar je je verder in wilt verdiepen.
Na het gesprek schrijf je een kort verslag met de belangrijkste inzichten, afspraken over begeleiding en je leerdoelen voor de korte en langere termijn. Op basis daarvan maak je een eerste ontwikkelplan.
Tijdens de stage bespreek je je voortgang regelmatig met je werkplekbegeleider en stel je je leerdoelen waar nodig bij.
Jouw ontwikkeling
Werkplekbegeleider
Op je stageschool krijg je een werkplekbegeleider (wpb). Deze begeleider helpt je om je weg te vinden binnen de school en ondersteunt je bij het werken aan je persoonlijke leerdoelen.
Elke week hebben jullie een individueel coachgesprek. Daarin bespreek je wat je wilt leren, hoe je wilt leren en in welke situaties je dat gaat oefenen. Het procesmodel vormt hierbij de basis en helpt je om verschillende manieren van leren bewust in te zetten.
Je werkplekbegeleider stimuleert daarnaast je onderzoekende houding, bijvoorbeeld door kritische vragen te stellen over je keuzes, ervaringen en beroepsproducten.
Om gericht aan je ontwikkeling te werken, kun je gebruikmaken van verschillende begeleidingsinstrumenten (zie DOCUMENTEN). Deze opdrachten helpen je bij drie opleidingsdoelen: vakdidactisch handelen, pedagogisch handelen en professioneel functioneren.
Tijdens het begeleide deel van je stage staat je werkplekbegeleider of een collega altijd in de buurt. Via het principe leraar op loopafstand (LOLA) krijg je op passende momenten ruimte om zelfstandig te handelen, terwijl ondersteuning beschikbaar blijft.
Naast je werkplekbegeleider zijn meerdere begeleiders betrokken:
- De schoolopleider helpt bij schoolgerelateerde vragen, bezoekt lessen en is betrokken bij de beoordeling.
- De onderzoeksbegeleider ondersteunt je tijdens de zelfstandige stage bij onderzoek en beroepsproducten en helpt je onderzoek te verbinden aan de schoolpraktijk.
- De instituutsopleider is je aanspreekpunt voor opleidingsgerelateerde vragen en is betrokken bij onder meer het startgesprek, je stageplan, lesbezoeken en beoordelingen.
Leren van lesbezoeken
Lesbezoeken
Tijdens je stage bezoeken naast je werkplekbegeleider ook de schoolopleider en de instituutsopleider een les. Deze bezoeken zijn bedoeld om je ontwikkeling te ondersteunen en zijn geen beoordelingsmomenten. Je organiseert de lesbezoeken zelf en stemt de planning af met je opleiders.
De schoolopleider bezoekt een les tijdens zowel de begeleide als de zelfstandige stage. De instituutsopleider bezoekt een les tijdens de tweede begeleide stage.
Voorbereiding
Plan niet alleen het lesbezoek, maar ook een nagesprek van 45 tot 60 minuten. Daarbij zijn in principe jijzelf, de opleider en je werkplekbegeleider aanwezig.
Uiterlijk drie werkdagen vooraf stuur je je lesvoorbereiding naar de betrokken begeleiders. Je deelt ook je actuele leerdoelen en geeft aan waarop je graag feedback wilt ontvangen.
Na het lesbezoek
Na het nagesprek reflecteer je op wat je hebt geleerd en leg je de belangrijkste inzichten vast in je stagedossier. Op basis van de feedback stel je je leerdoelen bij en formuleer je waar nodig nieuwe doelen voor je verdere ontwikkeling.
Leren binnen de Gelderse Onderwijsvallei
Samen leren binnen de Gelderse Onderwijsvallei
Binnen de Gelderse Onderwijsvallei (GOV) leer je niet alleen op je eigen stageschool, maar ook samen met studenten en begeleiders van andere scholen. De aangesloten scholen hebben ieder een eigen onderwijsvisie, doelgroep en karakter. Door hiermee kennis te maken ontdek je steeds beter welke docent je wilt zijn en welke onderwijscontext bij jou past.
Samen leren op je werkplek
Op je stageschool maak je deel uit van het team en de vaksectie. Door lessen van collega’s te bezoeken, samen te werken en actief om feedback te vragen, ontwikkel je je professionele identiteit en je visie op onderwijs. Met je werkplekbegeleider bespreek je hoe je hierin steeds meer verantwoordelijkheid kunt nemen.
GOV-dagen
Tijdens de GOV-dagen komen studenten en begeleiders uit de Gelderse Onderwijsvallei samen om van en met elkaar te leren. Je maakt kennis met andere scholen en onderwijspraktijken, wisselt ervaringen uit en werkt samen aan thema’s die belangrijk zijn voor je ontwikkeling als docent. Zo verbreed je je blik verder dan je eigen stageschool.
Samen onderzoeken
Ook onderzoekend leren doen we samen. Je wisselt ideeën en ervaringen uit, geeft elkaar feedback en maakt gebruik van de kennis van studenten, docenten en onderzoeksbegeleiders binnen de Gelderse Onderwijsvallei. Zo leer je onderzoek te verbinden aan vraagstukken uit je eigen onderwijspraktijk.
Evalueren en ontwikkelen
Stagedossier
In je stagedossier maak je zichtbaar hoe je je tijdens de stage ontwikkelt. Je verzamelt hierin bewijsstukken, feedback en reflecties die je leerproces onderbouwen.
Per fase maak je een ontwikkelplan met je leervragen, leerdoelen en leeractiviteiten. Op vaste momenten kijk je terug, verwerk je feedback en stel je je doelen bij.
Je houdt het stagedossier bij in Portflow. Zorg dat je werkplekbegeleider, schoolopleider en instituutsopleider toegang hebben. Het dossier moet compleet zijn voordat je definitieve stagebeoordeling wordt verwerkt.
Onderzoek in je eigen onderwijspraktijk
Onderzoek in de onderwijspraktijk
Tijdens je zelfstandige stage voer je een exploratief kwalitatief onderzoek uit in je eigen onderwijspraktijk. Je kiest een onderwerp dat past bij één van drie rollen van de docent: vakdidacticus, pedagoog of professional. Binnen die rol richt je je op een thema dat aansluit bij een kernpraktijk, zoals vakdidactisch ontwerpen, begeleiden en evalueren, werken met groepen, communiceren met tieners, functioneren in de schoolorganisatie of de maatschappelijke opdracht van de school.
Je werkt samen met een klein onderzoeksteam van drie of vier studenten en gaat systematisch op zoek naar een antwoord op een vraag uit de onderwijspraktijk.
Start
Aan het begin van de cursus neem je contact op met je instituutsopleider. Samen bespreek je welke onderwerpen passen bij de schoolcontext, welke onderzoeksmogelijkheden er zijn en hoe jouw begeleiding eruitziet.
Onderzoekstraject
Tijdens het onderzoek werk je aan drie producten:
- een probleemstelling met onderzoeksvraag, waarin je het vraagstuk uit de praktijk afbakent;
- een onderzoeksopzet, waarin je beschrijft hoe je data verzamelt en analyseert;
- een onderzoeksposter, waarin je het volledige onderzoek, de resultaten en de praktische betekenis voor het onderwijs presenteert.
Tijdens het traject bespreek je deze producten met je onderzoeksbegeleider en verwerk je de ontvangen feedback.
Afsluiting
Aan het einde van het schooljaar deel je je onderzoek op je stageschool met medestudenten, collega’s en andere geïnteresseerden. Je presenteert je poster en laat zien wat de resultaten betekenen voor de onderwijspraktijk. De feedback op deze presentatie gebruik je als voorbereiding op het afsluitende beoordelingsgesprek.
Laat zien hoe jij en ontwikkelt
Beoordelingsmomenten
Tijdens je stage zijn er meerdere beoordelingsmomenten: aan het einde van begeleide stage 1, begeleide stage 2, zelfstandige stage 1 en zelfstandige stage 2. In een presentatie voor je werkplekbegeleider en de schoolopleider laat je via je leergeschiedenis zien hoe je gewerkt hebt aan je leervragen. Na jouw presentatie stellen je begeleiders verdiepende vragen. De beoordelingsmomenten duren ieder ongeveer 45 minuten, waarvan je 10 tot 15 minuten invult met jouw presentatie. Neem zelf actief de regie in het plannen van de gesprekken. In de stagewijzer vind je de deadlines.
Voorbereiding
Je bereidt je voor op de beoordelingen door het ontwerpen van je leergeschiedenis, vanaf begeleide stage 1 tot en met zelfstandige stage 2. Per evaluatiemoment kies je 3 tot 5 cruciale leermomenten uit de afgelopen periode. Dat kunnen zowel mislukkingen als glorieuze momenten zijn. Aan de hand van deze leermomenten laat je zien hoe je je ontwikkeld hebt en hoe je jouw toekomstige ontwikkeling ziet, in relatie tot de opleidingsdoelen. Geef ook aan welke rol de beroepsproducten spelen, hebben gespeeld of gaan spelen.
Het structureren, ordenen, prioriteren en analyseren van jouw leergeschiedenis geeft je houvast om te kijken naar de toekomst. En om na te denken over jouw professionele identiteit: wie wil jij zijn als docent? Daar is geen vast format voor: jouw ontwikkeling is uniek en alleen van jou. Het ontwerpen van een leergeschiedenis kan dan ook op verschillende manieren, bij voorkeur digitaal. Padlet is een voorbeeld van een handige digitale tool.
Als extra voorbereiding kun je zelf het beoordelingsformulier invullen, over jezelf. Het is interessant om jouw blik op een later moment te vergelijken met de bevindingen van jouw begeleiders. In een gesprek kun je de verschillen bekijken en beelden bij de beoordelingscriteria uitwisselen.
Beoordelingsprocedure
Twee weken voor het beoordelingsmoment ontvangt jouw werkplekbegeleider een mail via informatiesysteem Osiris, met informatie over de procedure. Vóór elke beoordeling vult jouw werkplekbegeleider een concept beoordelingsformulier in. Na jouw presentatie en het daaropvolgende gesprek vullen je beoordelaars dit formulier samen aan. De werkplekbegeleider uploadt de beoordeling in Osiris, waarna de schoolopleider een check doet. Tot slot controleert de instituutsopleider of het beoordelingsformulier technisch goed is ingevuld en of de beoordeling matcht met het beeld dat blijkt uit je stagedossier.
Is het eindoordeel onder niveau? Dan heb je wat langer de tijd nodig om jezelf te ontwikkelen. Neem in dat geval contact op met je instituutsbegeleider. Samen met je werkplekbegeleider en de schoolopleider bepalen jullie de vervolgstappen.
Vervolg
Na elk beoordelingsgesprek geef je in een opsomming aan:
- welke inzichten je meeneemt uit het gesprek
- welke afspraken zijn gemaakt over de begeleiding
- aan welke beoordelingscriteria je gaat werken.
Deze opsomming plaats je samen met je presentatie als onderliggende bron in je stagedossier, onder ‘evaluatiegesprek’. Vervolgens blik je in je stageplan terug onder ‘terugblik’ en kijk je vooruit in een nieuw ontwikkelplan.
Help het werkplekleren te verbeteren
Evaluatie werkplekleren
Aan het einde van je stage geef je feedback op het werkplekleren. Je ontvangt hiervoor een anonieme vragenlijst via de HBO-spiegel en wordt uitgenodigd voor een gezamenlijk evaluatiemoment op school. Daar kun je de vragenlijst invullen en je ervaringen bespreken met andere studenten.
Wil je eerder feedback geven? Dan kun je altijd terecht bij je werkplekbegeleider, schoolopleider of instituutsopleider.
Stop je voortijdig met je stage, dan vindt er een afsluitend gesprek plaats waarin je eveneens feedback kunt geven op het werkplekleren.
Tweejarige Educatieve Master
Binnen de tweejarige educatieve master combineer je het masterjaar van je eigen faculteit met een opleiding tot academisch docent met een eerstegraads lesbevoegdheid. In het eerste jaar doorloop je twee begeleide stages en in het tweede jaar twee zelfstandige stages, op dezelfde vo-school.
Een goede start begint met kennismaken
Kennismakingsgesprek
Ruim voor de start van je stage word je uitgenodigd voor een kennismakingsgesprek op je stageschool. Je maakt kennis met je begeleiders en bespreekt samen hoe je stage eruit gaat zien. Denk aan de klassen waarin je lesgeeft, de begeleiding, stagedagen, lesmaterialen, lesvoorbereidingen en het startgesprek. Soms voer je dit gesprek samen met je medestudent.
- Start je in september? Plan het kennismakingsgesprek in juni of juli.
- Start je in februari? Plan het kennismakingsgesprek in december of januari.
Voorbereiding
Bereid je goed voor door de website van de school te bekijken en na te denken over wat jij nodig hebt om goed te kunnen leren tijdens je stage. Vul hiervoor de lijst met aandachtspunten (zie DOCUMENTEN) in en deel deze met je werkplekbegeleider.
Denk daarnaast na over deze vragen:
- Wat zijn mijn drie belangrijkste aandachtspunten?
- Wat zeggen die over mij als lerende?
- Wat heb ik nodig van mijn begeleider?
- Hoe ziet passende begeleiding voor mij eruit?
- Hoe en bij wie geef ik aan wat ik nodig heb?
De ingevulde lijst is geen beoordeling, maar een hulpmiddel om vanaf het begin passende begeleiding af te spreken.
Ontdek je stageschool
Oriëntatiefase
Als je start op je stageschool, begin je met een oriëntatiefase. Tot aan het startgesprek in week 2 of 3 onderzoek je actief hoe de school werkt. Je kijkt onder andere naar de visie van de school, de doelgroep, de samenwerking tussen collega’s en de organisatiestructuur.
In principe loop je twee jaar stage op dezelfde school. Stap je tussentijds over, dan doorloop je op je nieuwe stageschool opnieuw een kortere oriëntatiefase.
Activiteiten
Neem zelf initiatief om de school goed te leren kennen. Je kunt bijvoorbeeld:
- meelopen met een docent of medewerker van het onderwijsondersteunend personeel;
- een dag een klas volgen;
- in gesprek gaan met collega’s;
- vergaderingen bijwonen;
- school- en teamdocumenten bekijken;
- ervaringen uitwisselen met medestudenten.
Stem met je werkplekbegeleider af wat er mogelijk is.
Bepaal waar je aan gaat werken
Startgesprek
In week 2 of 3 van zowel je begeleide als zelfstandige stage voer je een startgesprek met je werkplekbegeleider en een begeleider vanuit de school of opleiding. Samen bespreek je jouw leerroute, persoonlijke leerdoelen en passende leeractiviteiten. Daarbij staan vragen centraal als: wie ben ik, wat voor docent wil ik worden, waar wil ik naartoe en welke stappen zijn daarvoor nodig? Het gesprek duurt ongeveer 45 minuten.
Voorbereiding
Ter voorbereiding maak je een presentatie van 5 tot 10 minuten waarin je laat zien:
- wie je bent, met je kwaliteiten en valkuilen;
- hoe jij naar het beroep van docent kijkt en waarom je docent wilt worden;
- wat je tijdens de oriëntatiefase hebt ontdekt en waar je je verder in wilt verdiepen.
Formuleer daarbij zo concreet mogelijk welke leerdoelen je hebt voor je ontwikkeling als docent.
Vervolg
Na het startgesprek schrijf je een kort verslag waarin je de belangrijkste inzichten, afspraken over begeleiding en je leerdoelen vastlegt. Dit voeg je toe aan je stagedossier.
Vervolgens werk je je ontwikkelplan uit. Tijdens de stage bespreek je je voortgang regelmatig met je werkplekbegeleider. Samen stel je je leerdoelen waar nodig bij en formuleer je nieuwe doelen.
Jouw ontwikkeling
Werkplekbegeleider
Op je stageschool krijg je een werkplekbegeleider (wpb). Deze helpt je om je weg te vinden binnen de school en ondersteunt je bij je persoonlijke leerdoelen. Minimaal één keer per week hebben jullie een individueel coachgesprek. Daarin bespreek je wat je wilt leren, hoe je daaraan werkt en wat je nodig hebt om verder te komen.
Je werkplekbegeleider stimuleert daarnaast je onderzoekende houding, bijvoorbeeld door kritische vragen te stellen over je keuzes, ervaringen en beroepsproducten.
Begeleidingsinstrumenten
Om gericht aan je ontwikkeling te werken, kun je verschillende begeleidingsinstrumenten gebruiken. Deze sluiten aan bij drie opleidingsdoelen:
- Ontwerpen, begeleiden en evalueren – vakdidactisch handelen, zoals lessen voorbereiden en evalueren.
- Contact maken en leiden – pedagogisch handelen, zoals orde houden en omgaan met groepen.
- Functioneren en bijdragen – professioneel handelen, zoals reflecteren, je kwaliteiten onderzoeken en je visie op onderwijs ontwikkelen.
Leraar op loopafstand
Tijdens het begeleide deel van je stage is je werkplekbegeleider of een andere collega altijd in of rond de les aanwezig. Je staat dus niet volledig alleen voor de klas. Wel krijg je steeds meer ruimte om zelfstandig te handelen. Bij Leraar op Loopafstand (LOLA) trekt de begeleider zich op bepaalde momenten bewust terug, zodat jij zelf ervaring opdoet en verantwoordelijkheid neemt.
Schoolopleider
Voor schoolgerelateerde vragen waarbij je werkplekbegeleider je niet verder kan helpen, kun je terecht bij de schoolopleider. De schoolopleider is ook betrokken bij je beoordeling en bezoekt tijdens je stage lessen. Neem zelf initiatief om je schoolopleider uit te nodigen voor een lesbezoek.
Onderzoeksbegeleider
Tijdens je zelfstandige stage krijg je een onderzoeksbegeleider. Deze begeleider is je critical friend bij het onderzoek in de onderwijspraktijk. Samen bespreek je je onderzoeksproducten, ontvang je feedback en onderzoek je hoe wetenschap en onderwijspraktijk binnen de school met elkaar verbonden kunnen worden.
Instituutsopleider
De instituutsopleider is vanuit de opleiding betrokken bij je stage en is je aanspreekpunt voor opleidingsgerelateerde vragen. De instituutsopleider is onder andere betrokken bij het startgesprek, je stageplan, lesbezoeken en de beoordelingen.
Leren van lesbezoeken
Lesbezoeken
Tijdens je stage bezoeken naast je werkplekbegeleider ook de schoolopleider en de instituutsopleider een les. Deze bezoeken zijn geen beoordelingsmomenten, maar bedoeld om gerichte feedback te krijgen op je leerdoelen.
De schoolopleider bezoekt een les tijdens alle vier de stagefasen. De instituutsopleider bezoekt een les tijdens begeleide stage 2.
Voorbereiding
Je organiseert de lesbezoeken zelf en plant ook een nagesprek van 45 tot 60 minuten. Daarbij zijn in principe jijzelf, de opleider en je werkplekbegeleider aanwezig.
Uiterlijk drie werkdagen voor het bezoek stuur je je lesvoorbereiding naar je begeleiders. Geef daarbij ook je actuele leerdoelen aan en benoem waarop je graag feedback wilt ontvangen.
Vervolg
Na het nagesprek reflecteer je op de belangrijkste inzichten en voeg je deze toe aan je stagedossier. Op basis van de feedback stel je je leerdoelen bij en formuleer je waar nodig nieuwe doelen voor je ontwikkelplan.
Gesprekken over je voortgang
Tussengesprekken
Omdat iedere stageperiode meerdere maanden duurt, plan je ongeveer halverwege een tussengesprek met je werkplekbegeleider. Dit gesprek is ontwikkelgericht en geen beoordeling. Samen kijk je terug op je leerproces, bespreek je waar je nu staat en maak je afspraken over het vervolg. Ook staan jullie stil bij de begeleiding en de school als leeromgeving.
Voorbereiding
Je neemt zelf het initiatief om het tussengesprek te plannen. Bereid een korte agenda voor met onderwerpen die je wilt bespreken, zoals je leerdoelen, begeleiding, beroepsproducten en je ontwikkeling ten opzichte van de beoordelingscriteria.
Vervolg
Na het gesprek leg je kort vast:
- welke inzichten je meeneemt;
- welke afspraken over begeleiding zijn gemaakt;
- aan welke opleidingsdoelen je verder werkt;
- welke rol je beroepsproducten daarbij spelen.
Je voegt deze opbrengsten toe aan je stagedossier.
Leren binnen de Gelderse Onderwijsvallei
Samen leren binnen de Gelderse Onderwijsvallei
Binnen de Gelderse Onderwijsvallei (GOV) leer je niet alleen op je eigen stageschool, maar ook samen met studenten en begeleiders van andere scholen. De aangesloten scholen hebben ieder een eigen onderwijsvisie, doelgroep en karakter. Door hiermee kennis te maken ontdek je steeds beter welke docent je wilt zijn en welke onderwijscontext bij jou past.
Samen leren op je werkplek
Op je stageschool maak je deel uit van het team en de vaksectie. Door lessen van collega’s te bezoeken, samen te werken en actief om feedback te vragen, ontwikkel je je professionele identiteit en je visie op onderwijs. Met je werkplekbegeleider bespreek je hoe je hierin steeds meer verantwoordelijkheid kunt nemen.
GOV-dagen
Tijdens de GOV-dagen komen studenten en begeleiders uit de Gelderse Onderwijsvallei samen om van en met elkaar te leren. Je maakt kennis met andere scholen en onderwijspraktijken, wisselt ervaringen uit en werkt samen aan thema’s die belangrijk zijn voor je ontwikkeling als docent. Zo verbreed je je blik verder dan je eigen stageschool.
Samen onderzoeken
Ook onderzoekend leren doen we samen. Je wisselt ideeën en ervaringen uit, geeft elkaar feedback en maakt gebruik van de kennis van studenten, docenten en onderzoeksbegeleiders binnen de Gelderse Onderwijsvallei. Zo leer je onderzoek te verbinden aan vraagstukken uit je eigen onderwijspraktijk.
Evalueren en ontwikkelen
Stagedossier
Tijdens je stage neem je steeds meer regie over je eigen leerproces. In je stagedossier leg je vast waar je aan werkt, hoe je je ontwikkelt en welke feedback en ervaringen daarbij een rol spelen.
Ontwikkelplan
Per fase van je stage maak je een ontwikkelplan. Daarin formuleer je leervragen en leerdoelen en beschrijf je welke leeractiviteiten je inzet. Je gebruikt daarbij onder andere het procesmodel, beroepsproducten en gerichte feedback. Door te reflecteren op je handelen ontstaan nieuwe leerdoelen en leervragen.
Leerdoelen
Je leerdoelen veranderen mee met je ontwikkeling. Daarom herzie je je ontwikkelplan op vaste momenten en stel je het waar nodig bij.
Portflow
Je houdt je stagedossier bij in Portflow. Hier verzamel je verschillende soorten bronnen, zoals tekst, afbeeldingen, video, feedback en andere bewijsstukken die je ontwikkeling onderbouwen.
Feedback
Na ieder herzieningsmoment vraag je gericht feedback aan je begeleiders en verwerk je deze in je dossier. Zorg dat je werkplekbegeleider, schoolopleider en instituutsopleider toegang hebben. Het stagedossier wordt ook gebruikt bij de controle van je stagebeoordeling en moet daarom compleet zijn voordat de definitieve beoordeling wordt verwerkt.
Onderzoek in je eigen onderzoekspraktijk
Wetenschap in de educatieve praktijk | begeleide stage
Tijdens begeleide stage 2 volg je de cursus Wetenschap in de educatieve praktijk. Je vertaalt actuele wetenschappelijke inzichten naar een zelfgekozen vraagstuk uit de onderwijspraktijk. Waar mogelijk sluit je aan bij een thema dat speelt op je stageschool. Zo leer je wetenschappelijke kennis te verbinden aan de praktijk en ontwikkel je je onderzoekende houding.
Bespreek met je begeleiders welke mogelijkheden er binnen de school zijn en hoe je de opgedane kennis kunt delen met collega’s.
Masterscriptie | zelfstandige stage
Tijdens het zelfstandige deel van de tweejarige master werk je aan je masterscriptie. Hierin leg je een verbinding tussen wetenschappelijk vakinhoudelijk onderzoek en vakdidactiek en/of de educatieve praktijk. Je onderzoek kan geheel of gedeeltelijk plaatsvinden op je stageschool.
Stem je onderzoeksplan en de mogelijkheden binnen de school af met je begeleiders. Voor vakdidactische en praktische vragen kun je ook terecht bij collega’s uit je vaksectie.
Aan het einde van het schooljaar deel je de belangrijkste opbrengsten van je onderzoek met medestudenten, collega’s en andere geïnteresseerden. Je masterscriptie wordt vervolgens volgens de beoordelingsprocedure van je opleiding beoordeeld.
Laat zien hoe jij je ontwikkelt
Beoordelingen
Tijdens je stage zijn er vier beoordelingsmomenten:
- aan het einde van begeleide stage 1;
- aan het einde van begeleide stage 2;
- aan het einde van zelfstandige stage 1;
- aan het einde van zelfstandige stage 2.
Elk beoordelingsgesprek duurt ongeveer 45 minuten. Je start met een presentatie van 10 tot 15 minuten waarin je aan de hand van je leergeschiedenis laat zien hoe je aan je leervragen en opleidingsdoelen hebt gewerkt. Daarna stellen je werkplekbegeleider en schoolopleider verdiepende vragen.
Je bent zelf verantwoordelijk voor het tijdig plannen van de beoordelingsmomenten.
Voorbereiding
Voor ieder beoordelingsmoment kies je 3 tot 5 cruciale leermomenten uit de afgelopen periode. Dat kunnen zowel succesvolle als moeilijke momenten zijn. Je beschrijft:
- wat er gebeurde;
- wat je daarvan hebt geleerd;
- hoe dit heeft bijgedragen aan je ontwikkeling als docent;
- hoe dit past bij de opleidingsdoelen;
- welke rol je beroepsproducten daarbij hebben gespeeld;
- waar je je verder in wilt ontwikkelen.
Je leergeschiedenis helpt je om terug te kijken én vooruit te kijken. Daarbij staat ook je professionele identiteit centraal: wie ben je en wie wil je worden als docent? De vorm waarin je je leergeschiedenis presenteert, bepaal je zelf.
Als extra voorbereiding kun je jezelf vooraf beoordelen aan de hand van de beoordelingscriteria. Tijdens het gesprek kun je jouw beeld vergelijken met dat van je begeleiders.
Beoordelingsprocedure
Voor ieder beoordelingsmoment maakt je werkplekbegeleider vooraf een conceptbeoordeling. Na je presentatie en het gesprek stellen je beoordelaars de beoordeling samen definitief vast.
De werkplekbegeleider verwerkt de beoordeling in het administratieve systeem. Daarna controleert de schoolopleider de beoordeling. De instituutsopleider controleert tot slot of de beoordeling correct is verwerkt en aansluit bij de ontwikkeling die zichtbaar is in je stagedossier.
Is je beoordeling onder niveau, dan bespreek je samen met je instituutsopleider, werkplekbegeleider en schoolopleider welke vervolgstappen nodig zijn.
Na het beoordelingsgesprek
Na ieder gesprek leg je kort vast:
- welke inzichten je meeneemt;
- welke afspraken over begeleiding zijn gemaakt;
- aan welke beoordelingscriteria je verder gaat werken.
Je voegt deze opbrengsten en je presentatie toe aan je stagedossier. Daarna blik je terug op de afgelopen periode en maak je een nieuw ontwikkelplan voor de volgende fase van je stage.
Help het werkplekleren te verbeteren
Evaluatie werkplekleren
Aan het einde van je stage geef je feedback op het werkplekleren. Je ontvangt hiervoor een anonieme vragenlijst via de HBO-spiegel en wordt uitgenodigd voor een gezamenlijk evaluatiemoment op school. Daar kun je de vragenlijst invullen en je ervaringen bespreken met andere studenten.
Wil je eerder feedback geven? Dan kun je altijd terecht bij je werkplekbegeleider, schoolopleider of instituutsopleider.
Stop je voortijdig met je stage, dan vindt er een afsluitend gesprek plaats waarin je eveneens feedback kunt geven op het werkplekleren.
Educatieve Minor/Module
De Minor Educatie combineert onderwijs aan de WU met intensieve praktijkervaring op een stageschool. Gedurende één semester ontwikkel je je stap voor stap tot docent: van observeren en oefenen met basisvaardigheden tot zelfstandig lesgeven en reflecteren op je professionele ontwikkeling. Theorie, stage, begeleiding en beoordeling zijn daarbij nauw met elkaar verbonden.
Een goede start begint met kennismaken
Kennismakingsgesprek
Ruim voor de start van je stage word je uitgenodigd voor een kennismakingsgesprek op je stageschool. Je maakt kennis met je begeleiders en bespreekt samen hoe je stage eruit gaat zien. Denk aan de klassen waarin je lesgeeft, de begeleiding, stagedagen, lesmaterialen, lesvoorbereidingen en het startgesprek. Soms voer je dit gesprek samen met je medestudent.
- Start je in september? Plan het kennismakingsgesprek in juni of juli.
- Start je in februari? Plan het kennismakingsgesprek in december of januari.
Voorbereiding
Bereid je goed voor door de website van de school te bekijken en na te denken over wat jij nodig hebt om goed te kunnen leren tijdens je stage. Vul hiervoor de lijst met aandachtspunten (zie DOCUMENTEN) in en deel deze met je werkplekbegeleider.
Denk daarnaast na over deze vragen:
- Wat zijn mijn drie belangrijkste aandachtspunten?
- Wat zeggen die over mij als lerende?
- Wat heb ik nodig van mijn begeleider?
- Hoe ziet passende begeleiding voor mij eruit?
- Hoe en bij wie geef ik aan wat ik nodig heb?
De ingevulde lijst is geen beoordeling, maar een hulpmiddel om vanaf het begin passende begeleiding af te spreken.
Ontdek je stageschool
Je stage start met een oriëntatiefase. Tot aan het startgesprek in week 2 of 3 onderzoek je actief hoe de school werkt. Je kijkt onder andere naar de visie van de school, de doelgroep, de samenwerking tussen collega’s en de organisatie.
Om hier een goed beeld van te krijgen, neem je zelf initiatief. Je kunt bijvoorbeeld meelopen met een docent of klas, een collega interviewen, vergaderingen bijwonen, schooldocumenten bestuderen en ervaringen uitwisselen met medestudenten. Stem met je werkplekbegeleider af wat er mogelijk is.
Bepaal waar je aan gaat werken
Startgesprek
In week 2 of 3 van je eerste begeleide stage voer je een startgesprek met je werkplekbegeleider en een begeleider vanuit de school of opleiding. Samen bespreek je wie je bent, wat voor docent je wilt worden, waar je naartoe wilt werken en welke stappen daarvoor nodig zijn. Het gesprek duurt ongeveer 45 minuten.
Ter voorbereiding maak je een presentatie van 5 tot 10 minuten waarin je laat zien:
- wie je bent als persoon, inclusief je kwaliteiten en valkuilen;
- hoe jij naar het beroep van docent kijkt en waarom je docent wilt worden;
- wat je tijdens je oriëntatie hebt ontdekt en waar je je verder in wilt verdiepen.
Na het gesprek schrijf je een kort verslag met de belangrijkste inzichten, afspraken over begeleiding en je leerdoelen voor de korte en langere termijn. Op basis daarvan maak je een eerste ontwikkelplan.
Tijdens de stage bespreek je je voortgang regelmatig met je werkplekbegeleider en stel je je leerdoelen waar nodig bij.
Jouw ontwikkeling
Werkplekbegeleider
Op je stageschool krijg je een werkplekbegeleider (wpb). Deze begeleider helpt je om je weg te vinden binnen de school en ondersteunt je bij het werken aan je persoonlijke leerdoelen.
Elke week hebben jullie een individueel coachgesprek. Daarin bespreek je wat je wilt leren, hoe je wilt leren en in welke situaties je dat gaat oefenen.
Om gericht aan je ontwikkeling te werken, kun je gebruikmaken van verschillende begeleidingsinstrumenten (zie DOCUMENTEN).
Tijdens het eerste deel van je stage (tot aan het TPF) staat je werkplekbegeleider of een collega altijd in de buurt. Via het principe leraar op loopafstand (LOLA) krijg je in het tweede deel (richting EPF) voldoende ruimte om zelfstandig te handelen, terwijl ondersteuning beschikbaar blijft.
Naast je werkplekbegeleider zijn meerdere begeleiders betrokken:
- De schoolopleider helpt bij schoolgerelateerde vragen, bezoekt lessen en is betrokken bij de beoordeling.
- De instituutsopleider is je aanspreekpunt voor opleidingsgerelateerde vragen en is betrokken bij onder meer het startgesprek, je stageplan, lesbezoeken en beoordelingen.
Leren van lesbezoeken
Lesbezoeken
Tijdens je stage voert je werkplekbegeleider regelmatig lesbezoeken uit. Na afloop bespreek je de les samen na. Je gebruikt de feedback om te reflecteren op je handelen als docent, zicht te krijgen op je ontwikkeling en gericht verder te werken aan je persoonlijke leerdoelen.
Ook de instituutsopleider komt tijdens de stage op lesbezoek. De instituutsopleider observeert een les en bespreekt deze na afloop met jou en je werkplekbegeleider. Dit lesbezoek geeft een aanvullend beeld van je ontwikkeling en wordt meegenomen in de beoordeling van je voortgang richting startbekwaamheid.
Leren binnen de Gelderse Onderwijsvallei
Samen leren binnen de Gelderse Onderwijsvallei
Binnen de Gelderse Onderwijsvallei (GOV) leer je niet alleen op je eigen stageschool, maar ook samen met studenten en begeleiders van andere scholen. De aangesloten scholen hebben ieder een eigen onderwijsvisie, doelgroep en karakter. Door hiermee kennis te maken ontdek je steeds beter welke docent je wilt zijn en welke onderwijscontext bij jou past.
Samen leren op je werkplek
Op je stageschool maak je deel uit van het team en de vaksectie. Door lessen van collega’s te bezoeken, samen te werken en actief om feedback te vragen, ontwikkel je je professionele identiteit en je visie op onderwijs. Met je werkplekbegeleider bespreek je hoe je hierin steeds meer verantwoordelijkheid kunt nemen.
GOV-dagen
Tijdens de GOV-dagen komen studenten en begeleiders uit de Gelderse Onderwijsvallei samen om van en met elkaar te leren. Je maakt kennis met andere scholen en onderwijspraktijken, wisselt ervaringen uit en werkt samen aan thema’s die belangrijk zijn voor je ontwikkeling als docent. Zo verbreed je je blik verder dan je eigen stageschool.
Evalueren en ontwikkelen
POP, TPF en EPF
Tijdens de minor houd je je ontwikkeling bij in drie belangrijke documenten: het Persoonlijk Ontwikkelplan (POP), het Tussenportfolio (TPF) en het Eindportfolio (EPF). Samen maken ze zichtbaar hoe je gedurende de minor groeit richting het niveau van startbekwaam docent.
POP – Persoonlijk Ontwikkelplan
Aan het einde van de eerste periode stel je je POP op. Hierin reflecteer je op de bekwaamheidseisen en formuleer je persoonlijke leerdoelen voor de rest van de minor. Het POP vormt daarmee de basis voor je verdere ontwikkeling.
TPF – Tussenportfolio
Halverwege de minor maak je in het TPF de balans op. Je laat zien hoe je je hebt ontwikkeld en hoe je aan je leerdoelen hebt gewerkt. Tijdens het bijbehorende voortgangsgesprek bespreek je je ervaringen op school, je ontwikkeling als docent en je leerdoelen voor de tweede helft van de minor. Je krijgt daarbij ook feedback op je voortgang richting startbekwaamheid.
EPF – Eindportfolio
Aan het einde van de minor laat je in het EPF zien welke ontwikkeling je hebt doorgemaakt en onderbouw je met verschillende bewijzen dat je het niveau van startbekwaam docent hebt bereikt. Op basis hiervan vindt een beoordelingsgesprek plaats waarin wordt vastgesteld of je voldoet aan de eisen voor de beperkte tweedegraadsbevoegdheid.
Laat zien hoe jij je ontwikkelt
Beoordeling
Tijdens de minor wordt je ontwikkeling op verschillende momenten en door verschillende betrokkenen beoordeeld. Daarbij gaat het niet alleen om het eindniveau, maar ook om de groei die je gedurende het semester laat zien en de manier waarop je gericht aan je leerdoelen werkt.
De beoordeling van je stage is gebaseerd op meerdere bronnen, waaronder de Rubric Bekwaamheidseisen, feedback van je werkplekbegeleider, lesobservaties door de instituutsopleider, video-intervisies en gesprekken over je portfolio.
Halverwege de minor geeft de werkplekbegeleider aan of er voldoende vertrouwen is in een succesvolle afronding. Aan het einde beoordeelt de werkplekbegeleider of je volgens hem of haar startbekwaam bent. Ook de instituutsopleider en een tweede beoordelaar zijn betrokken bij de beoordeling. De definitieve oordelen worden binnen het minorteam besproken en gekalibreerd.
Om de minor succesvol af te ronden moeten alle vakken voldoende zijn afgerond en moet je uiteindelijk als startbekwaam worden beoordeeld door zowel de werkplekbegeleider als de docenten van ELS.
Help het werkplekleren te verbeteren
De WU werkt voor de begeleiding van studenten op stagescholen samen binnen de Gelderse Onderwijsvallei (GOV). Binnen dit partnerschap werken scholen en lerarenopleidingen samen aan een kwalitatief sterke leeromgeving voor studenten. Op iedere school is een opleidingsteam betrokken bij het opleiden en begeleiden van studenten. Deze teams stemmen de begeleiding af en bewaken de kwaliteit van het opleiden.
De kwaliteit wordt bovendien systematisch geëvalueerd. Daarbij wordt onder andere gebruikgemaakt van studentenevaluaties, gesprekken met werkplek- en instituutsopleiders en externe peer reviews. De uitkomsten worden gebruikt om de begeleiding en samenwerking binnen de Gelderse Onderwijsvallei verder te verbeteren.